Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met producties 1 tot en met 8, ingekomen op 23 december 2019;
- het exploot van betekening d.d. 2 januari 2020;
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken, met producties 1 tot en met 18, ingekomen op 25 september 2020;
- het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken, met producties 1 tot en met 21, ingekomen op 20 november 2020;
- de aanvulling/wijziging verzoeken, met producties 30 tot en met 34, van de zijde van de vrouw, van 17 maart 2021.
- de akte overlegging producties, tevens aanvulling zelfstandige verzoeken, met producties 19 tot en met 31, van de zijde van de man van 18 maart 2021;
- het F9-formulier, met producties 33 tot en met 36, van de zijde van de man van 24 maart 2021;
- de brief van de zijde van de man van 25 maart 2021;
- het F9-formulier van de zijde van de vrouw van 26 maart 2021;
- de spreekaantekeningen van mr. L. Berghuis-Knijff, overgelegd op de mondelinge behandeling van 30 maart 2021;
- de pleitaantekeningen van mr. W.P.G.M. Schellens-Stoks, overgelegd op de mondelinge behandeling van 30 maart 2021.
2.De feiten
3.De beoordeling
- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind] .
- de bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw;
- de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden;
- de door de man gestelde vergoedingsrechten;
- het pensioen.
- tot 1 januari 2022 € 6.000 netto per maand bedraagt, zijnde € 11.043 bruto per maand;
- vanaf 1 januari 2022 € 4.146 netto per maand bedraagt (€ 6.000 -/- € 1.854), zijnde
- 50% deelneming in de [B.V. 1] .;
- 100% deelneming in [B.V. 2] ;
- 50% deelneming [B.V. 3] ;
- 100% deelneming in [B.V. 4] ;
- 100% deelneming in [B.V. 5] .;
- 50% deelneming in [B.V. 6]
Overheidssteun
De rekening-courantschuld
Interen op vermogen
De opbouwregeling
De conclusie
- de kale huur voor zijn woning van € 1.475 per maand;
- de premie zorgverzekering voor hem, [kind 2] en [kind 3] van € 137 per persoon, per maand;
- de kale huur voor de kamer van [kind 2] van € 230 per maand;
- de bijdrage voor de Tio-opleiding van [kind 2] van € 420 per maand;
- de premie lijfrenteverzekering van Nationale Nederlanden van € 194 per maand;
- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind] van € 1.273 per maand (inclusief zorgkorting).
De kale huur voor de woning van de man
De premie zorgverzekering voor de man
De premie ziektekosten voor [kind 2] en [kind 3]
De huur voor de kamer van [kind 2] en de bijdrage in haar opleiding
De premie lijfrente
De bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind]
De conclusie
Inkomen
Belastingen
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten.
Ingeval het huwelijk door echtscheiding wordt ontbonden of tussen de echtgenoten scheiding van tafel en bed wordt uitgesproken, heeft ieder van de echtgenoten het recht om te vorderen dat er een verrekening plaatsvindt, zo dat ieder van de echtgenoten gerechtigd is tot een waarde gelijk aan die, waartoe hij gerechtigd zou zijn geweest indien er de algehele gemeenschap van goederen tussen hen had bestaan met uitzondering echter van:
A. onroerende zaken alsmede de voor de verwerving van die zaken aangegane schulden;
goederen, die door de echtgenoten krachtens erfstelling legaat of schenking zijn of zullen worden verkregen, en de op die verkrijgingen drukkende schulden, de wegens die verkrijgingen geheven belastingen als successie-, schenkings- en overgangsrecht waaronder begrepen,
De verrekening heeft plaats naar de toestand ten tijde van ontbinding van het huwelijk door de dood of ingeval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed, naar de toestand naar de aanvang van de dag van het instellen van het verzoek daartoe.
De bij artikel 1:136 van Pro het Burgerlijk Wetboek bedoelde beschrijving zal plaats hebben binnen zes maanden na de ontbinding van het huwelijk of de scheiding van tafel en bed.
De verrekening heeft plaats doordat de ene partij aan de andere partij een bedrag uitkeert, zo dat ieder van hen de helft geniet van het vermogen als omschreven in lid l met dien verstande, dat aanspraken op al of niet ingegaan pensioen niet in deze verrekening worden betrokken.
Voor wat betreft de waardering der goederen, de vorm van de handeling/ de personen die tot de verrekening moeten meewerken, en de oplossing van zwarigheden, geschiedt deze verrekening op dezelfde wijze als voor de verdeling van een gemeenschap is voorgeschreven.
De uitkering moet gedaan worden binnen een jaar na de ontbinding van het huwelijk of, ingeval van scheiding van tafel en bed, binnen een jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, ofwel binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de afwijzing van een eventuele vordering tot opheffing van het deelgenoot.
Ingeval gewichtige redenen zich tegen prompte voldoening verzetten zullen de echtgenoten een redelijke betalingsregeling - al of niet met zekerheidsstelling - treffen, waarbij de belangen van beiden in acht genomen worden
Geen verrekening vindt plaats:
- de bank- en spaarrekeningen (met uitzondering van [rekeningnummer 3] );
- de belastingaanslagen en belastingteruggaven 2018-2019.
- de waarde van de aandelen van [de B.V.] ;
- de polissen bij Nationale Nederlanden;
- de beleggingsrekening;
- de lening van de vrouw bij haar broer.
die goederenin de verrekening zullen worden betrokken. Ingevolge artikel 3:1 BW Pro zijn aandelen te kwalificeren als goederen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze zinssnede, gelet op de opmaak en indeling van de tekst van dit artikel van de huwelijkse voorwaarden, terug verwijst naar alle goederen genoemd in lid 1.a. van artikel 20, waaronder dus ook de aandelen. De rechtbank acht daarbij verder van belang dat als partijen de vruchten uit de aandelen hadden willen uitsluiten van de verrekening, het in de lijn der verwachting had gelegen dat dit achter lid 1.a. sub 1.b. was vermeld.
- [rekeningnummer 4] met een saldo van € 42,79 op de peildatum;
- [rekeningnummer 5] met een saldo van € 0 op de peildatum;
- [rekeningnummer 4] met een saldo van € 0 op de peildatum.
- [rekeningnummer 7] met een saldo van € 1.412,14 op de peildatum;
- [rekeningnummer 8] met een saldo van € 2.854,41 op de peildatum.
- de bank- en spaarrekeningen van de kinderen met rekeningnummers [rekeningnummer 11] en [rekeningnummer 12] ;
- de zakelijke bankrekeningen met rekeningnummers [rekeningnummer 13] ), [rekeningnummer 14] ) en [rekeningnummer 15] ).
- [rekeningnummer 16] , [rekeningnummer 17] , [rekeningnummer 18] , [rekeningnummer 21] en [rekeningnummer 19] (allen [bank] );
- [rekeningnummer 20] );
- [rekeningnummer 22] ).
- een vergoedingsrecht dat verband houdt met de overwaarde van de woning staande en gelegen aan de [adres 1] ;
- een vergoedingsrecht in verband met de aflossing van de eigenwoningschuld aan [de B.V.] .
- het pensioen binnen [de B.V.] conform de standaardverevening wordt verevend onder de verplichting dat de man c.q. de man in zijn hoedanigheid van directeur van [de B.V.] voor de pensioenaanspraken van de vrouw binnen [de B.V.] zekerheidstelling moet verschaffen voor de nakoming van de betaling van de haar pensioenaanspraken binnen [de B.V.] ter hoogte van € 2.342.536 (waarde berekend per 1 april 2020) in ieder geval door als directeur en bestuurder van [de B.V.] te bewerkstellingen dat er een hypotheekrecht ten behoeve van haar wordt gevestigd op de panden van [de B.V.] aan de [adres 3] , [adres 5] , de [adres 6] , de [adres 7] , de [adres 8] , de [adres 9] en de [adres 10] (waarin [de B.V.] via [B.V. 5] . indirect eigenaar van is), alsmede in de vorm van een pandrecht op de aandelen [de B.V.] en binnen 14 dagen na de ten deze te wijzen beschikking het te berekenen per de datum van de herberekening door pensioendeskundige de heer [naam 5] en dit voorgaande op straffe van een dwangsom van € 500 voor iedere dag dat de man c.q. de man in zijn hoedanigheid van directeur van [de B.V.] , na betekening van deze beschikking in gebreke blijft;
- de man gehouden is op uiterlijk 1 mei van ieder opvolgend kalenderjaar de complete geconsolideerde jaarstukken van [de B.V.] van het afgelopen boekjaar en een accountantsverklaring over de dekking van haar pensioenrechten toe te sturen op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat de man daarmee nalatig is;
- dat zij te allen tijden het recht behoudt afstorting van het pensioen te verlangen alsmede in dat kader een beroep te doen op artikel 18, lid 2, van de huwelijkse voorwaarden.
- “Gedeeltelijke indexatie is mogelijk bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger.
- Volledige indexatie is mogelijk bij een beleidsdekkingsgraad vanaf ongeveer 123%. (De hoogte van deze beleidsdekkingsgraad kan verschuiven door de rente en beleggingsmix.)”
- de vruchten van de aandelen (zijnde de opgepotte winsten) met een saldo van € 0 op de peildatum;
- de navolgende bank- en spaarrekeningen:
- de kapitaalverzekering met nummer [verzekeringnummer] met een waarde van € 87.481 per januari 2020;
- de lijfrentepolis met nummer [lijfrentepolisnummer] met een waarde van € 121.104 bruto per januari 2020 (in mindering op de waarde van de lijfrentepolis strekt een belastinglatentie van 52%);
- de belastingaanslagen en de belastingteruggaven over de jaren 2018 en 2019.
- de aandelen van [de B.V.] ;
- de door de vrouw afgesloten lening bij haar broer.