AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep over toepassing verleggingsregeling bij levering non-ferro metalen
Belanghebbende exploiteert een bedrijf in de handel van ferro- en non-ferro metalen. In april 2010 leverde zij non-ferro metalen aan een afnemer die een onjuist BTW-identificatienummer opgaf. Ondanks verzoeken om correctie ontving belanghebbende geen juist nummer, maar leverde zij toch door. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op wegens vermeende onjuiste toepassing van de verleggingsregeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt dat de verleggingsregeling niet vereist dat de leverancier beschikt over een juist BTW-identificatienummer van de afnemer, noch dat de identiteit van de afnemer volledig vaststaat, mits de afnemer een ondernemer is. De inspecteur slaagt er niet in te bewijzen dat belanghebbende opzettelijk de identiteit van de echte verkrijger heeft verborgen om belastingfraude te faciliteren.
Hoewel belanghebbende onzorgvuldig handelde door door te leveren ondanks het onjuiste nummer en het ontbreken van correcte gegevens, is er onvoldoende bewijs voor opzet tot fraude. Het hof vernietigt daarom de naheffingsaanslag en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd omdat de verleggingsregeling terecht is toegepast zonder bewijs van opzet tot fraude.
Voetnoten
1.Artikel 12, vijfde lid, Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB 1968) in samenhang gelezen met artikel 24bb Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.
2.Artikel 9, tweede lid, aanhef en onderdeel b, Wet OB 1968 in samenhang gelezen met post a.6 van de bij de Wet OB 1968 behorende Tabel II (hierna: Tabel II).
4.Vgl. HvJ EU 20 oktober 2016, Plöckl, C-24/15, ECLI:EU:C:2016:791 en conclusie A-G Ettema 31 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1384. 5.Vgl. HvJ EU 27 september 2007, Teleos, C-409/04, ECLI:EU:C:2007:548.
6.Vgl. HvJ EU 27 september 2007, Teleos, C-409/04, ECLI:EU:C:2007:548, r.o. 58.
7.Verweerschrift in eerste aanleg, p. 6, vierde volzin van onderen en verweerschrift in hoger beroep, p. 9, vierde volzin van onderen.
8.De geleverde non-ferro metalen vallen onder de verleggingsregeling en op de facturen (op één vergissing in terminologie na) is vermeld ‘btw verlegd’.
10.Vgl. HvJ EU 27 september 2007, Teleos, C-409/04, ECLI:EU:C:2007:548, r.o. 46-59; HvJ EU 7 december 2010, R, C-285/09, ECLI:EU:C:2010:742, r.o. 54-55; HvJ EU 20 oktober 2016, Plöckl, C-24/15, ECLI:EU:C:2016:791 en Hof 's-Hertogenbosch 25 mei 2012, V-N 2012/51.22.
11.Vgl. HvJ EU 16 december 2010, Euro Tyre Holding B.V., C-430/09, r.o. 37.
12.Vgl. HvJ EU 20 oktober 2016, Plöckl, C-24/15, ECLI:EU:C:2016:791.