Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,zowel in zijn hoedanigheid van erfgenaam van [erflaatster ] , als vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van wijlen [overleden zuster van erflaatster] ,wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. T.E. Heslinga te Leeuwarden,
[appellante 2] ,zowel in haar hoedanigheid van erfgenaam van [erflaatster ] , als vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van wijlen [overleden zuster van erflaatster] ,
wonende te [woonplaats] ,
[appellant 3],
zowel in diens hoedanigheid van erfgenaam van [erflaatster ] , als vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van wijlen [overleden zuster van erflaatster] ,
wonende te [woonplaats] ,
[appellant 4],
zowel in zijn hoedanigheid van erfgenaam van [erflaatster ] , als vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van wijlen [overleden zuster van erflaatster] ,
wonende te [woonplaats] ,
[appellante 5],
zowel in haar hoedanigheid van erfgenaam van [erflaatster ] , als vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van wijlen [overleden zuster van erflaatster] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
na verwijzing niet verschenen,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 4] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[belanghebbende 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[belanghebbende 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[belanghebbende 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[belanghebbende 4],
wonende te [woonplaats] ,
[belanghebbende 5] ,
[belanghebbende 6] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding tot aan de verwijzing door de Hoge Raad
2.Het geding in hoger beroep na verwijzing
3.De beoordeling
“Huis zoon en rekeningen zoon”.
(…), mijn man en ik bij mijn zoon [appellant 1][ [appellant 1] , opm. hof]
(…) en zijn echtgenote te [woonplaats] aan tafel.
een machtiging had moeten vragen voor de schenking van de gelden op de Luxemburgse bankrekening, zijnde een bedrag van ten minste € 400.000,--, aan zijn moeder. Het hof passeert de stelling van [appellant 1] dat de rechthebbende niet aan dementie leed of dat er anders slechts sprake was van een beginstadium van dementie.
12. Nu [appellant 1] op de hoogte was van de plannen die zijn broers en zussen hadden met betrekking tot de afsplitsing van de grond en van de geruchten met betrekking tot de wijziging van de bestemming van de grond in bouwgrond, is het hof met de erfgenamen [erflaatster ] van oordeel dat [appellant 1] deze kennis had moeten aanwenden om een hogere verkoopprijs overeen te komen met zijn broers en zussen. [appellant 1] heeft echter verzuimd dit te doen. Gelet hierop heeft hij het vermogen van de rechthebbende onvoldoende beschermd en aldus zijn taken als bewindvoerder niet naar behoren uitgevoerd. Het hof is dan ook met de erfgenamen [erflaatster ] van oordeel dat ook de gang van zaken rond de verkoop van de woning te [plaats] er toe moet leiden dat de eindrekening niet kan worden goedgekeurd.”
4.De uitspraak
- voor recht is verklaard dat [overleden zuster van erflaatster] haar aandeel in het bedrag van
- appellanten 2 tot en met 4 en [een schoonzoon van de overleden zuster van erflaatster] hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling aan de boedelnotaris ten behoeve van de erfgenamen van erflaatster van