Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/233051 / HA ZA 17-143)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij rolbericht van 28 januari 2020 door [appellante] toegezonden akte overlegging producties, welke producties bij het pleidooi aan de gedingstukken zijn toegevoegd;
- de bij het pleidooi gegeven rolbeslissing de zaak naar de rol van 3 maart 2020 te verwijzen met de instructie aan partijen het hof mee te delen of zij doorhaling van de procedure wensen dan wel of zij het hof vragen arrest te wijzen;
- het bericht van partijen van 3 maart 2020 dat zij het hof vragen arrest te wijzen.
3.De beoordeling
De overeenkomst bevat ook de verplichting voor [geïntimeerde] het werk binnen de gestelde uitvoeringstermijnen uit te voeren. Voor de Fase East en de Fase West geldt een uitvoeringstermijn van 27 mei 2015 05.00 uur tot en met 3 augustus 2015 05.00 uur.
Voor de Fase Crossing geldt in geval van volcontinu werk, behoudens indien bij aanvang
van het werk van deze fase de weersomstandigheden het gebruik van baan 01/19 vereisen, een uitvoeringstermijn van 3 augustus 2015 05.00 uur tot en met 13 augustus 2015 05.00 uur en in geval van nachtwerk een uitvoeringstermijn van 13 augustus 2015 22.00 uur tot en
met 7 september 2015 05.00 uur. In de overeenkomst is opgenomen dat de naleving van de uitvoeringstermijnen van essentieel belang is voor BAC en dat de loutere overschrijding
van de uitvoeringstermijnen daarom een ernstige tekortkoming van [geïntimeerde] betekent die
van rechtswege en zonder voorafgaande ingebrekestelling grond biedt een schadevergoeding van € 10.000,00 per begonnen uur vertraging van [geïntimeerde] te vorderen.
De offerte vermeldt verder onder andere dat voor [geïntimeerde] een maximale kredietlimiet van € 500.000,00 geldt en dat [geïntimeerde] een werkelijke hoeveelheid te leveren materialen dient
op te geven in verband met de productie.
de door haar voor akkoord ondertekende offerte van [appellante] van 26 februari 2015 vermelde producten afgenomen. [geïntimeerde] heeft het werk wel binnen de in de overeenkomst tussen BAC en [geïntimeerde] opgenomen termijn opgeleverd.
De geleverde en te leveren lijngoten hebben een KOMO-attest met product certificaat.
In de correspondentie tussen partijen ziet het hof die niet. Ook het bericht van [appellante] van 11 mei 2015 biedt voor de stelling van [geïntimeerde] dat op dat moment een fatale termijn tussen partijen is afgesproken, geen steun. Zoals onder 3.1.15 weergegeven betreft het hier een concept leveringsvoorstel van de zijde van [appellante] . Van de zijde van [appellante] wordt in dit bericht opgemerkt dat [appellante] de totale planning zal bespreken met de producent en dat [appellante] zal proberen die zo goed mogelijk in te passen in de planning van [geïntimeerde] . Ook daaruit valt niet af te leiden dat op dat moment een fatale termijn is overeengekomen.
het beroep van [geïntimeerde] op een gedeeltelijke ontbinding gehonoreerd zou kunnen worden.
De schriftelijke verklaring van [directeur asfalt van geintimeerde] over de bespreking op 18 mei 2015 biedt niet reeds het verlangde bewijs. Deze verklaring is in algemene bewoordingen opgesteld en
bevat geen nadere details over de voor de beslissing van deze zaak relevante concrete bevindingen ter plekke, over het aantal reeds geleverde producten, over het aantal benodigde producten en over concrete verklaringen van de betrokkenen over en weer.
4.De uitspraak
geenfotokopie van het procesdossier hoeft te overleggen;