ECLI:NL:GHSHE:2020:2451
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens onbetamelijk taalgebruik in belastingprocedures
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch besloten om [gemachtigde] en de door hem vertegenwoordigde vennootschappen [B BV] en [C BV] te weigeren als gemachtigde vanwege herhaaldelijk grievend en beledigend taalgebruik in processtukken.
Het hof constateerde dat ondanks eerdere waarschuwingen en herstelverzoeken, [gemachtigde] volhardde in het gebruik van onaanvaardbare beledigingen jegens rechterlijke ambtenaren, colleges en de rechtsstaat. Dit taalgebruik werd als een ernstige verstoring van de goede procesorde beoordeeld, met mogelijke nadelige gevolgen voor de belangen van de door hem vertegenwoordigde partijen.
Het hof oordeelde dat deze weigering niet in strijd is met artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, omdat het recht op toegang tot de rechter en rechtsbijstand niet wordt ontnomen, maar slechts de specifieke gemachtigde wordt geweigerd.
De belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen voor de verdere procedure. Deze tussenuitspraak is openbaar uitgesproken op 30 juli 2020.
Uitkomst: Het hof weigert gemachtigde en diens vennootschappen als vertegenwoordiger vanwege onbetamelijk taalgebruik en biedt belanghebbende de mogelijkheid een andere gemachtigde aan te wijzen.