Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/338508 / HA ZA 17-800)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de akte uitlating van [appellant] van 30 oktober 2018;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
Deze kwijtscheldingen geschieden onder de volgende voorwaarde: (…)
€ 186.165,01 ontvangen. Aan [appellant] is 99/500ste deel hiervan betaald, te weten € 36.860,67.
in conventieonder:
van erflaatsterin het appartement
opzettelijk heeft verzwegenvoor [geïntimeerden] , terwijl dit eigendomsaandeel tot de huwelijksgoederengemeenschap tussen hem en erflaatster behoort en nadien
voor de helfttot de nalatenschap van erflaatster (vonnis rov. 4.1) en het
aandeelvan [appellant] in het
gedeelte van het appartement dat tot de nalatenschap van erflaatster behoortis verbeurd en [geïntimeerden] toekomt (rov. 4.2);
€ 249,90, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 20 november 2017 tot de dag van volledige betaling (vonnis rov. 4.4);
vier wekenna betekening van het vonnis rekening en verantwoording aan [geïntimeerden] af te leggen conform de tussen partijen overeengekomen volmacht, door afgifte van alle bankafschriften vanaf 21 september 2016 waarop de af- en bijschrijvingen staan van de bank- en spaarrekeningen [rekeningnummer] , [rekeningnummer] en spaarrekening van Centraal Beheer met nummer [rekeningnummer] (vonnis rov. 4.5); en
met inachtneming van hetgeen [appellant] blijkens zijn productie 1 reeds aan [geïntimeerden] heeft betaald, door binnen 14 dagen na betekening van het vonnis het [geïntimeerden] nog toekomende bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hen te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 20 november 2017 tot de dag van volledige betaling (vonnis rov. 4.6).
in reconventie[geïntimeerden] hoofdelijk veroordeeld om aan [appellant] te betalen een bedrag van € 1.438,61, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 28 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.
- [appellant] te veroordelen om een bedrag van € 36.860,67 te voldoen aan [geïntimeerden] ,
primairop grond van het verbeurde aandeel van [appellant] (art. 3:194 lid 2 BW Pro) en de helft van het erfdeel van [geïntimeerden] in de nalatenschap van erflaatster ter zake de verdeling van het appartement en
subsidiairuit hoofde van de verkoopopbrengst van het appartement, althans
meer subsidiairom [appellant] te veroordelen tot betaling van € 18.430,34, zijnde de helft van het erfdeel van [geïntimeerden] in de nalatenschap van erflaatster ter zake de verdeling van het appartement, binnen twee dagen na de datum van dit arrest, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te vermeerderen met de wettelijke rente als niet binnen veertien dagen na betekening van dit arrest is betaald (mvg in incidenteel hoger beroep, petitum onder i);
in conventietoegewezen vordering van [geïntimeerden] tot veroordeling van [appellant] tot betaling van € 249,90 wegens de afscheidsdienst van erflaatster (vordering in eerste aanleg onder v en beroepen vonnis rov. 4.4) en de
in reconventietoegewezen vordering van [appellant] tot hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerden] tot betaling van € 1.438,61 als schadevergoeding voor de bloedkoralen sieraden die niet meer aan [appellant] kunnen worden afgegeven (vordering in eerste aanleg onder 1 en vonnis rov. 4.10).
(…) Zoals u nu zelf kunt constateren kunt u zien,dat ik m.i.v. vandaag pas dus op de hoogte ben van ’n mogelijk erfdeel.Z Zoals eerder met ’n verzwegen spaartegoed heeft m’n ex dit ook voor mij verzwegen,ik wist alleen dat alle 5 de kinderen afstand hadden gedaan van hun erfdeel,zodat hun moeder in dat appartement kon gaan wonen. (…)”.
omdat wij allen (kinderen en partners) aanwezig waren bij de notaris voor het ondertekenen van de akte van levering(…)”, maakt het voorgaande niet anders. Volgens [appellant] is hij niet aanwezig geweest bij het ondertekenen van de akte van levering. Ter onderbouwing hiervan heeft hij een e-mail van De Hair Vrijdag notarissen & adviseurs van 25 oktober 2018 in het geding gebracht waarin staat: “
(…) Bijgaand zend ik de door de heer [appellant] getekende verklaring in verband met artikel 1:88 BW Pro. De heer [appellant] was geen partij bij deze akte. Uit onze administratie komt ook naar voren dat hij op dit kantoor nimmer partij is geweest bij een akte. (…)”.
Wij waren op at moment van tekenen, alle op het notariskantoor aanwezig (zowel moeder als kinderen en de “koude kant” (mva prod. 18), maken dit niet anders.
de alsdan nog resterende waarde van hetgeen geacht wordt te zijn verkregen’ (hier: het eigendomsaandeel in het appartement) wél in de verdeling of verrekening wordt betrokken.
rente, executiekosten’ van
€ 1.096,32. Deze vordering zal gelet op het verweer van [geïntimeerden] als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.
[appellant] , [adres] , [postcode] [plaats]’ voor een bedrag van € 95,90 en
[appellant] , [adres] 78, [postcode]’ voor een bedrag van € 90,75.
Op 22 maart wordt de woning leeg en ontruimd opgeleverd met uitzondering van een aantal zaken zoals door u genoemd en in onderling overleg nader afgesproken”, hebben [geïntimeerden] hiermee onvoldoende onderbouwd dat de door [geïntimeerden] bedoelde 12 dozen met spullen aan hen toebehoorden. In de e-mail wordt slechts in algemene bewoordingen geschreven over ‘een aantal zaken zoals door u genoemd’, maar is niet nader toegelicht om welke zaken het ging.