Uitspraak
1.mr [appellant 1] ,
2. mr [appellant 2] ,
3. mr [appellant 3] ,
4. mr [appellant 4] ,
5.De tussenbeschikking (I) van 6 augustus 2020
6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
7.De verdere beoordeling
- er is geen strafzaak tegen in ieder geval [(mede)bestuurder] en [de vennootschap 2] ;
- de Advocaten hebben voor zichzelf bewijsbeslag ten laste van de Staat gelegd;
- het gaat (deels) om vaststaande schendingen;
- het gaat om civielrechtelijke onrechtmatigheden en bewijsvergaring in dat kader en dus niet om strafrechtelijke onrechtmatigheid;
- het onderzoek van het OM is al jaren geleden afgerond en wordt dus niet verstoord;
- ten aanzien van geprivilegieerde communicatie met/over [de vennootschap 2] en [(mede)bestuurder] kan in ieder geval ruim baan worden gegeven aan de verzochte civielrechtelijke bewijsverrichtingen.
aanpassing wordt beoogd aan eerst na dat tijdstip voorgevallen of gebleken feiten en omstandigheden en de nieuwe grief of de eisverandering of -vermeerdering ertoe strekt te voorkomen dat het geschil aan de hand van inmiddels achterhaalde of onjuist gebleken (juridische of feitelijke) gegevens zou moeten worden beslist”(HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:8771).
Indien de Hoge Raad de conclusie van de advocaat-generaal als hierboven bedoeld op het punt van het ontbreken van een persoonlijk belang van de advocaten - geheel of gedeeltelijk: zie onderdelen 2.47 en 3.41. tot en met 3.43 van genoemde conclusie - volgt, dan kan dit van directe betekenis zijn voor de onderhavige zaak. Hetzelfde geldt indien de Hoge Raad de conclusie op het betreffende punt niet - geheel of gedeeltelijk - volgt.
Hierbij weegt ook nog mee dat (ook) verzocht wordt om afgifte van wachtwoorden die zien op de in bewijsbeslag genomen bestanden, welk bewijsbeslag echter voorwerp van onderzoek is in de bij de Hoge Raad aanhangige zaak.