Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8248704 VV EXPL 20-1)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties en een eiswijziging;
- de memorie van antwoord met een productie;
- de op 22 oktober 2020 gegeven mondelinge toelichting van partijen en de door beide partijen overgelegde pleitnota’s (op die datum heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden in de zaken tussen partijen met de nummers 200.279.026/01 en 200.279.694/01, tijdens welke zitting het hof - met een vooraankondiging op 20 oktober 2020 [met betrekking tot het voorliggende geding met nummer 200.278.725/01] toepassing heeft gegeven aan artikel 87 Rv Pro);
- de op de rolzitting van 3 november 2020 (hersteld op de rolzitting van 17 november 2020) door [werknemer] genomen akte houdende vermeerdering van eis en overlegging producties;
- de op de rolzitting van 10 november 2020 door [werkgever] genomen antwoordakte.
3.De beoordeling
- € 325,- bruto aan achterstallig loon over oktober 2019;
Werknemer ontvangt (…) een bonus over de verkopen (…)”). Een makelaar weet als geen ander het verschil tussen een verkoop en een notarieel transport en de taak van de makelaar is grotendeels/zo goed als volbracht op het moment dat een woning is verkocht. Volgens de tekst wordt de bonus ontvangen ‘over de verkopen’. Dat in het vervolg staat vermeld ‘omzet’ en ‘realiseert’, heeft geheel betrekking op de voorwaarde waaraan minimaal moet worden voldaan om recht te hebben op een bonus (
“(…) mits kantoor [vestigingsplaats] (…) een commerciële omzet (…) realiseert van minimaal € 300.000,- (…)”). Het hof acht de door [werknemer] gegeven uitleg van de tekst van de bijlage dus niet zo voor de hand liggend als [werknemer] meent. In de tekst van de bijlage zit een tegenstrijdigheid, maar daarbij komt dat de bonus volgens [werkgever] was bedoeld als prikkel om op het einde van het jaar nog extra verkopen te bewerkstelligen. Die prikkel is er wel bij het verkoopmoment, maar niet bij het transportmoment, omdat tussen het moment van verkoop en het transport van de woning vaak meerdere maanden liggen. Het hof is van oordeel dat ook gelet op deze toelichting op de achtergrond van de regeling, de door [werkgever] voorgestane uitleg veel meer voor de hand ligt. Een bonus dient in de regel nu eenmaal als prikkel om meer omzet te genereren. Daar komt bij dat in dit geval de bonus al in de maand na het kalenderjaar werd betaald, zodat die prikkel ook meteen effectief kon zijn doordat de beloning vrijwel meteen volgde op de extra inspanning. Verder acht het hof van belang dat [werkgever] onbetwist heeft aangevoerd dat de verkochte woningen iedere maand op een bord werden geschreven en zo dus zichtbaar was wat er werd verkocht. Aangezien de wijze waarop partijen zich bij de uitvoering van de overeenkomst hebben gedragen een aanwijzing kan opleveren voor hetgeen hen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, acht het hof ook dit van belang. Op het bord werd niet vermeld wanneer de transportdatum was. De woningen werden ook niet pas op het bord vermeld na de notariële levering. Ook dat duidt dus op de juistheid van de door [werkgever] gegeven uitleg. Het hof volgt [werknemer] dus niet in haar berekeningsmethodiek.