Uitspraak
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 23 februari 2021;
- het verweerschrift;
- de pleitnota’s;
- de overgelegde producties.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft het verzoek van werkgever om de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer werd meerdere malen gewaarschuwd vanwege onvoldoende prestaties en het niet naleven van werkinstructies, waaronder het gebruik van het registratiesysteem en aanwezigheid op kantoor.
Uit onderzoek van de werkgever bleek dat werknemer mogelijk minder uren werkte dan overeengekomen en dat er twijfels waren over de juistheid van zijn verklaringen. Werknemer betwistte dit en stelde dat hij ook buiten het systeem werkzaamheden verrichtte. Na een ziekmelding en advies van de bedrijfsarts dat er sprake was van een arbeidsconflict, werd het ontbindingsverzoek voortgezet.
De kantonrechter oordeelde dat er onvoldoende bewijs is voor ernstig verwijtbaar handelen van werknemer, maar dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat ontbinding gerechtvaardigd is. Er is geen billijke vergoeding toegekend omdat de werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2021, met toekenning van een transitievergoeding, verlofsaldo en provisie over het eerste kwartaal 2021.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning van transitievergoeding en overige vergoedingen.