Belanghebbende, een in onroerend goed beleggingsfonds, verkreeg in 2015 een voormalig postgebouw en omliggende percelen. Na uitgebreide sloop- en bouwwerkzaamheden, waaronder het verwijderen van binnenmuren, vervangen van gevels en het realiseren van een supermarkt, restaurant en kantoorruimtes, werd het gebouw wezenlijk gewijzigd.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, stellende dat er geen sprake was van een nieuw vervaardigde onroerende zaak. De rechtbank vernietigde deze aanslag, maar de inspecteur ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de omvang en aard van de werkzaamheden, waaronder een toename van het bruikbare oppervlakte met 30% en ingrijpende verbouwingen, duiden op nieuwbouw in juridische zin.
Het hof bevestigde dat het gebouw na verbouwing een nieuw vervaardigd goed is, waardoor de samenloopvrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing is. De overige standpunten van belanghebbende behoefden geen verdere behandeling. Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.