Belanghebbende sloot op 23 januari 2007 een koopovereenkomst voor een perceel met een bedrijfspand, waarbij in juli 2007 aanvullende afspraken werden gemaakt over sloop en nieuwbouw. De sloop begon in augustus 2007 en de levering vond plaats op 1 oktober 2007, waarbij het pand grotendeels was gesloopt en de fundering voor nieuwbouw was aangebracht.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat sprake was van levering van een nieuw vervaardigd gebouw dat van rechtswege belast is met omzetbelasting, waardoor de vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing zou zijn. Het Hof verwierp het standpunt van de Inspecteur dat het ging om levering van een bestaand gebouw.
De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte heeft miskend dat de sloop- en verbouwingswerkzaamheden niet door of voor rekening van de verkoper zijn uitgevoerd en dat de beoordeling niet alleen op het eindresultaat mag worden gebaseerd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Indien na verwijzing blijkt dat sloop en verbouwing tot de prestatie van de verkoper behoren, is het oude pand nagenoeg geheel gesloopt en kan het niet meer als bedrijfsgebouw worden gebruikt, waardoor de levering is uitgezonderd van de vrijstelling van omzetbelasting. De Hoge Raad veroordeelt de proceskosten niet en laat de kostenveroordeling over aan het verwijzingshof.