In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de opdrachtgever gehouden is ook de arbeidsuren van de stucadoorswerkzaamheden te betalen, naast de materiaalkosten. De opdrachtnemer voerde aan dat partijen zijn overeengekomen dat zowel materiaal als arbeidsuren betaald zouden worden, terwijl de opdrachtgever stelde dat alleen het materiaal betaald hoefde te worden omdat leerlingen in opleiding het werk uitvoerden.
Het hof heeft getuigen gehoord en producties bestudeerd, waaronder e-mails waaruit blijkt dat een uurtarief van €17,00 per leerling was afgesproken. De opdrachtgever kon deze bewijsvoering niet overtuigend weerleggen. Het hof concludeert dat de opdrachtnemer is geslaagd in het bewijs van de overeenkomst over betaling van arbeidsuren.
De opdrachtgever betwistte vervolgens de redelijkheid van het in rekening gebrachte bedrag, mede vanwege het gebruik van leerlingen en het uurtarief. De opdrachtnemer stelde dat het tarief inclusief werkgeverslasten en overhead was en verwees naar de CAO Afbouw. Het hof vond het verweer van de opdrachtgever onvoldoende onderbouwd en stelde de opdrachtnemer in de gelegenheid om de kosten nader te onderbouwen.
De zaak is aangehouden om de opdrachtnemer de mogelijkheid te geven bewijs te leveren van de gemaakte kosten. Het geschil draait om de inhoud van de overeenkomst en de bewijspositie van de partijen omtrent de betaling van arbeidsuren.