Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 5 augustus 2020;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig voorwaardelijk ontbindingsverzoek met een productie, ingekomen ter griffie op 16 oktober 2020;
- het verweerschrift betreffende voorwaardelijke grief X en voorwaardelijk verzoek tot ontbinding, ingekomen ter griffie op 14 januari 2020;
3.De beoordeling
- voordien nog nooit met Justitie in aanraking ben geweest; nooit een plantage heb gehad in mijn woning;
- nooit ook maar een gram van welke soort van drugs dan ook bij mij is aangetroffen;
- op de hoogte was dat een aantal mensen die ik ken zich bezighielden met cannabis. Het Justitieel onderzoek voor mijn deel erop is gericht om te bepalen wat mijn rol/aandeel was;
- zelf nooit in ook maar een plantage fysiek aanwezig ben geweest;
- niet op welke andere manier dan ook me ooit bezig heb gehouden met illegale en/of
- criminele activiteiten.
- mij er terdege van bewust ben, dat het door mij in opdracht van Rijkswaterstaat verrichten van tijdelijke werkzaamheden, slechts in afwachting is van de uitspraak van de Belgische rechter;
- mij er terdege van bewust ben, dat na de uitspraak van de Belgische rechter, het
4.De beslissing
,voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen,
€ 720,00 aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening,