ECLI:NL:GHAMS:2019:1736
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens voortzetting strafvervolging artikel 197 Sr
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is aan verdachte tenlastegelegd dat hij als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij ongewenst was verklaard of een inreisverbod had. De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van het OM omdat prejudiciële vragen over de reikwijdte van artikel 197 Sr Pro door het Hof van Justitie van de EU nog niet waren beantwoord en dit niet binnen afzienbare tijd verwacht werd.
Het hof overwoog dat de beantwoording van deze vragen essentieel is voor de beoordeling van de zaak, het tenlastegelegde misdrijf relatief gering van ernst is en het OM zelf geen strafrechtelijk belang meer zag bij voortzetting van de vervolging. Daarom verklaarde het hof het OM niet-ontvankelijk.
Het arrest vernietigt het eerdere vonnis en doet opnieuw recht door het OM niet-ontvankelijk te verklaren. De jongste raadsheer kon het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens artikel 197 Sr.