Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter, maar heeft nagelaten het originele exploot van de appeldagvaarding over te leggen zoals vereist volgens artikel 3.1 LPR. Na het niet verschijnen van geïntimeerde op de aangezegde roldatum, heeft appellante meerdere herstelexploten laten uitbrengen, waarvan alleen het laatste exploot leidde tot inschrijving op een nieuwe roldatum.
Het hof oordeelt dat het eerste herstelexploot van 21 januari 2021 niet als geldig kan worden aangemerkt omdat de zaak niet tijdig op de rol is ingeschreven op de aangezegde datum van 18 januari 2022. De daaropvolgende herstelexploten van 1 en 24 februari 2022 konden het verzuim niet herstellen. Zonder het originele exploot van de dagvaarding kon het hof de formele vereisten niet controleren, waardoor geen verstek kon worden verleend tegen geïntimeerde.
Daarom vervalt de aanhangigheid van de zaak en wordt appellante niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Een proceskostenveroordeling wordt achterwege gelaten omdat geïntimeerde niet is verschenen.