Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven van 22 december 2020 met zeven producties, waarbij [appellant] zijn eis heeft gewijzigd;
- de memorie van antwoord van 2 maart 2021 met dertien producties.
6.De beoordeling
[het hof leest: 8], periodiek 11, zijnde een bedrag ad € 2.711,86 bruto;
i) de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
De overwerktoeslag wordt in geld uitgekeerd.
Een overuur wordt in tijd uitgekeerd in de vorm van een compensatieuur. Het verlof wordt verleend op een zo vroeg mogelijk tijdstip en op het tijdstip dat de werknemer wenst, tenzij de belangen van werkgever zich hiertegen verzetten. In dat laatste geval wordt het verlof onder opgaaf van redenen geweigerd en bestaat de vergoeding uitsluitend uit een vergoeding in geld, welke wordt berekend overeenkomstig de percentages in het derde lid vermeerderd met 100%.
De arbeidsduur voor een werknemer met een voltijd dienstverband bedraagt, berekend over de duur van het basisdienstrooster dat geen aanwezigheidsdiensten bevat, gemiddeld 36 uur per week.”
gemiddeld[cursief van het hof] 36 uur per week. Overwerk komt pas voor vergoeding in aanmerking wanneer daarmee de voltijd arbeidsduur wordt overschreden. Dat betekent dat pas van verschuldigdheid van een vergoeding voor overwerk sprake kan zijn wanneer [appellant] in november en december 2011 meer heeft gewerkt dan gemiddeld 36 uur per week. Overwerkaanspraken van vóór die tijd zijn verjaard.