Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Interpolis,
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze civiele zaak betreft het hoger beroep van Achmea tegen de echtgenote en dochter van een overleden verzekerde na een dodelijk auto-ongeluk. De kern van het geschil is of een polisclausule die dekking uitsluit bij voorspelbaar gedrag onredelijk bezwarend is, en of het bewijs verkregen door persoonlijk onderzoek door Achmea toelaatbaar is.
Het hof stelt vast dat artikel 107 van Pro de polisvoorwaarden een kernbeding betreft dat duidelijk en begrijpelijk de dekking afbakent, en dat het consumentenrecht hier niet beschermend toepasbaar is. Achmea heeft voldoende bewijs geleverd dat de schade het voorspelbare gevolg was van het gedrag van de verzekerde, gebaseerd op een gedegen deskundigenrapport en objectieve feiten.
Het hof erkent dat Achmea onrechtmatig persoonlijk onderzoek heeft verricht in strijd met de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek, waardoor het verkregen bewijs buiten beschouwing moet blijven. Daarnaast bevestigt het hof het verschoningsrecht van een ambulanceverpleegkundige getuige, waarbij per vraag moet worden beoordeeld of het beroepsgeheim geldt.
Gezien het stadium van de procedure en de noodzaak van verdere bewijslevering wijst het hof de zaak terug naar de rechtbank. Elke partij draagt haar eigen proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere bewijslevering, waarbij onrechtmatig verkregen bewijs buiten beschouwing blijft.