Belanghebbende, woonachtig in Dominica, had in zijn aangiften inkomsten uit vroegere arbeid en een afkoopsom van een lijfrente vermeld met de landcode 'DMA' en aangegeven dat deze inkomsten in Nederland waren vrijgesteld van belasting. De inspecteur stelde echter vast dat Dominica niet voorkomt op de landcodelijst en dat er geen belastingverdrag met Nederland bestaat, waardoor de vrijstelling onterecht was. Navorderingsaanslagen werden opgelegd voor de jaren 2014 tot en met 2016.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur een ambtelijk verzuim had begaan door de niet-bestaande landcode niet nader te onderzoeken en dat de inspecteur onvoldoende voortvarend had gehandeld. Het hof oordeelde dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim had begaan omdat het mogelijk was dat de aangiftegegevens juist waren en dat de niet-bestaande landcode niet uitsloot dat de vrijstelling terecht werd gevraagd. Ook de algemene voorlichtingsbrief over lijfrente-afkoop stond navordering niet in de weg.
Verder stelde het hof vast dat de navorderingsaanslagen binnen de wettelijke termijn waren opgelegd en dat het niet voortvarender handelen van de inspecteur niet leidde tot beperking van de belastingrente. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.