3.2.De procedure bij de kantonrechter is, kort gezegd, verlopen zoals hierna zal worden vermeld. De kantonrechter had (na eiswijziging) te oordelen over de volgende vorderingen van [werknemer] (samengevat):
I. een verklaring voor recht dat Bavaria wanprestatie pleegt, dan wel onrechtmatig handelt jegens [werknemer] , dan wel zich als slecht werkgever gedraagt, doordat zij heeft nagelaten aan [werknemer] , binnen een redelijke termijn en op diens verzoek, volledig en correct inzicht te verschaffen over zijn pensioenrechten en/of -aanspraken, althans dat Bavaria [werknemer] onjuist heeft geïnformeerd over diens pensioenrechten en/of – aanspraken;
II. benoeming van een deskundige om de pensioenrechten en/of -aanspraken vast te stellen, waaronder de WAO-hiaatuitkering;
III. voor zover uit het deskundigenonderzoek blijkt dat Bavaria is tekortgeschoten in afdracht van premies, veroordeling van Bavaria tot bijstorting;
IV. veroordeling van Bavaria tot betaling van de WAO-hiaatuitkering vanaf 1 maart 2016, te vermeerderen met wettelijke verhoging;
V. veroordeling van Bavaria tot vergoeding van schade als gevolg van het niet ontvangen van arbeidsongeschiktheidspensioen;
VI. veroordeling van Bavaria tot betaling van € 9.892,41 ter zake juridische kosten en € 13.763,45 ter zake van kosten ter vaststelling van het rapport van de partijdeskundige;
VII. veroordeling van Bavaria tot betaling van rente over enig door [werknemer] gemist bedrag;
VIII. veroordeling van Bavaria tot betaling van de proceskosten, waaronder nakosten.
3.2.1.Nadat Bavaria een conclusie van antwoord had ingediend heeft de kantonrechter bij
tussenvonnis van 17 november 2016een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 1 december 2016.
3.2.2.Bij
tussenvonnis van 18 mei 2017heeft de kantonrechter (voor zover in hoger beroep relevant) de volgende beslissingen genomen:
- de verklaring voor recht dat Bavaria wanprestatie pleegt of onrechtmatig jegens [werknemer] handelt dan wel zich als slecht werkgever gedraagt zal worden afgewezen (rov. 4.1);
- de kantonrechter zal een deskundige benoemen om onderzoek te doen naar het ouderdomspensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen en over de vraag of het door het pensioenfonds uitgekeerde arbeidsongeschiktheidspensioen een andere is dan de WIA-hiaatuitkering (rov. 5.1 t/m 5.4.9);
- de kantonrechter zal Bavaria veroordelen tot betaling van premies indien en voor zover blijkt dat en welk bedrag Bavaria moet bijstorten (rov. 6.2);
- de deskundige zal ook worden gevraagd uitleg te geven over de vraag of het door het pensioenfonds uitgekeerde arbeidsongeschiktheidspensioen een ander is dan de WAO-hiaatuitkering (rov. 7.5);
- de vordering met betrekking tot premievrijstelling is onvoldoende duidelijk om hierop te kunnen beslissen (rov. 8.1);
- [werknemer] krijgt de gelegenheid om de vordering ter zake buitengerechtelijke kosten nader te onderbouwen (rov. 9.4);
- voor zover Bavaria zal worden veroordeeld tot betaling van enig bedrag aan [werknemer] , zal de kantonrechter de wettelijke rente daarover toewijzen vanaf de dag der dagvaarding (rov. 10.2).
3.2.3.Nadat partijen in de gelegenheid zijn geweest zich nader uit te laten heeft de kantonrechter bij
tussenvonnis van 1 maart 2018een deskundige benoemd. Nadat de deskundige was begonnen met het onderzoek heeft de deskundige laten weten dat het voorschot niet toereikend was en gevraagd om een aanvullend voorschot. Bij
tussenvonnis van 16 augustus 2018heeft de kantonrechter een aanvullend voorschot vastgesteld en bepaald dat Bavaria het aanvullende voorschot dient te voldoen. Vervolgens heeft de deskundige een concept-rapport opgesteld en laten weten dat de opmerkingen van [werknemer] op het concept zo uitvoerig zijn dat opnieuw een aanvullend voorschot nodig is. Geen van partijen is bereid geweest een aanvullend voorschot te voldoen. De kantonrechter heeft daarop bepaald dat de deskundige het onderzoek moet afsluiten en het rapport moet finaliseren.
3.2.4.Nadat de deskundige het rapport had ingediend hebben partijen de gelegenheid gekregen om daarop te reageren. Bij
eindvonnis van 18 juli 2019heeft de kantonrechter de vorderingen van [werknemer] afgewezen en daartoe de volgende beslissingen genomen:
- het rapport van de deskundige getuigt van een diepgaand onderzoek en beredeneerde uitkomsten en kan daarom worden beschouwd als betrouwbare basis voor beslissingen (rov. 4.3);
- de deskundige heeft, omdat geen aanvullend voorschot meer verstrekt kon worden, niet kunnen ingaan op alles wat door [werknemer] is aangedragen; er zijn geen omstandigheden gebleken die meebrengen dat daarom niet op het rapport kan worden afgegaan (rov. 4.4);
- de kantonrechter acht de veroordeling dat het rapport ‘onder de maat is’ niet gerechtvaardigd (rov. 8);
- Bavaria hoeft niets bij te storten nu uit het rapport niet blijkt dat daarvoor grond is voor wat betreft het ouderdomspensioen en [werknemer] aan arbeidsongeschiktheidspensioen meer heeft ontvangen dan waarop hij recht had (rov. 11.1 en 11.2);
- er is geen basis voor toewijzing van een vordering ter zake de WAO-hiaatverzekering (rov. 12.4);
- de vordering tot betaling van schadevergoeding wegens het niet ontvangen van arbeidsongeschiktheidspensioen wordt afgewezen omdat de deskundige tot de conclusie is gekomen dat [werknemer] niet te weinig, maar te veel heeft ontvangen (rov. 13);
- er is geen grondslag om Bavaria te veroordelen tot vergoeding van een deel van de buitengerechtelijke kosten (rov. 14);
- de proceskosten worden gecompenseerd, behalve de kosten van de benoemde deskundige, die voor rekening van Bavaria worden gelaten (rov. 15).
De vorderingen in hoger beroep