Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
2 Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte houdende uitlating van [appellant] met producties;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De vaststaande feiten
4.De rechtbank
5.De beoordeling in hoger beroep
6.De slotsom
7.De uitspraak
- een bedrag van € 17.667,43 aan huur over de periode van 1 juli tot en met 30 september 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2020 tot de dag van algehele voldoening;
- een bedrag van € 41.224,00 voor huurderving over de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 april 2021 en een bedrag van € 14.737,80 voor huurderving over de periode van 1 mei 2021 tot en met 30 april 2022, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2020 tot de dag van algehele voldoening;
- een bedrag van € 9.695,04 voor aanvullende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding in hoger beroep (7 mei 2021) tot de dag van algehele voldoening.