Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/271725 / HA ZA 19-611)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met productie;
- de memorie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 9 november 2022, waarbij de advocaten spreekaantekeningen hebben overgelegd;
3.De beoordeling
Nadrukkelijk is aan de verkopende partij gevraagd of er bouwkundige gebreken bekend zijn die mogelijk visueel niet waargenomen kunnen worden. Hierop is bevestigend gereageerd. De genoemde gebreken worden hierna kort benoemd en komen in de verdere inspectie uitgebreid aan de orde.
Kruipruimte en kelder” op pagina 21 en 22:
Opmerkingen van de inspecteur
1. Bijzonderheden
2.Gevels
6. Kelder, kruipruimte en fundering
11. Garanties
“(…) de vochtreparaties in het souterrain” (memorie van grieven randnummer 3).
DPC vervangen in de spouw, linker gevel geïmpregneerd”.
“(…) ook gedoeld wordt op het bestaan van een of meer verborgen gebreken (artikel 7:17 BW Pro)”. Zoals hiervoor onder 3.5.2. overwogen hebben partijen de toepasselijkheid van die bepaling met artikel 6.1 e.v. van de koopovereenkomst ter zijde gesteld. De rechtbank heeft daaraan dus ten overvloede een overweging gewijd. In zoverre heeft [appellant] geen belang bij de grief.
onderhavige kwestie als een onvoorziene omstandigheid zoals voornoemd dient te worden aangemerkt”.Daarmee heeft hij ook onvoldoende gesteld welke onvoorziene omstandigheden van dien aard zijn dat [geïntimeerden] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de koopovereenkomst niet mogen verwachten. Daarop stuit de vordering af. De grief faalt.