ECLI:NL:HR:2022:1737

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2022
Publicatiedatum
24 november 2022
Zaaknummer
22/00054
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid verkoper voor vochtproblemen in souterrain woning

De zaak betreft een geschil tussen kopers en verkopers van een woning waarbij vochtproblemen in het souterrain centraal staan. De kopers stelden dat deze problemen het normale gebruik van de woning belemmerden en dat de verkopers aansprakelijk waren voor de daardoor geleden schade.

De procedure startte bij de rechtbank Limburg, waarna meerdere arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch volgden. De kopers stelden cassatieberoep in tegen het laatste arrest van het hof, terwijl de verkopers voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelden.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten van de kopers en concludeerde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het voorwaardelijk incidentele beroep van de verkopers werd daarom niet behandeld.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de kopers in de kosten van het geding. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat de verkopers niet aansprakelijk zijn voor de vochtproblemen en de daaruit voortvloeiende schade ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de kopers wordt verworpen en de verkopers zijn niet aansprakelijk voor de vochtproblemen in het souterrain.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00054
Datum25 november 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [de kopers],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [de verkopers],
advocaat: M.B.A. Alkema.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/03/220335 / HA ZA 16-255 van de rechtbank Limburg van 29 maart 2017;
b. de arresten in de zaak 200.242.155/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 september 2018, 9 juli 2019 en 12 oktober 2021.
[de kopers] hebben tegen het arrest van het hof van 12 oktober 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[de verkopers] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de advocaat-generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [de kopers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verkopers] begroot op € 928,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
25 november 2022.