Heavac en Ebusco sloten in 2018 en 2019 overeenkomsten waarbij Heavac klimaatbeheersingssystemen zou inbouwen in 136 bussen die Ebusco voor Qbuzz bouwde. Ebusco stelde dat de systemen niet naar behoren functioneerden en vorderde schadevergoeding van Heavac wegens toerekenbare tekortkomingen. De rechtbank stelde Ebusco in het gelijk en veroordeelde Heavac tot herstel en schadevergoeding, uitvoerbaar bij voorraad.
Heavac startte een kort geding en een hoger beroep tegen deze veroordeling. Ebusco ontbond de overeenkomsten buitengerechtelijk, wat de discussie over de schadevergoeding complexer maakt. Ebusco startte een schadestaatprocedure om de schade vast te stellen. Heavac vorderde in het incident de schorsing van de tenuitvoerlegging van de schadestaatveroordeling totdat het hoger beroep over de aansprakelijkheid is afgerond.
Het hof overwoog dat de schadestaatprocedure en het hoger beroep samenlopen en dat het belang van Heavac bij het afwachten van de einduitspraak zwaarder weegt dan het belang van Ebusco bij onmiddellijke tenuitvoerlegging. Daarom werd de tenuitvoerlegging van het vonnis betreffende de schadevergoeding geschorst tot het hof in de hoofdzaak een einduitspraak doet. De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot de einduitspraak. De hoofdzaak is verwezen naar de rol voor memorie van antwoord.