Wooninc verhuurde een standplaats voor een woonwagen aan appellante en haar voormalige partner. In december 2020 ontdekte de politie een hennepkwekerij met 145 planten in een berging op de standplaats, waarbij ook illegaal stroom werd afgetapt. Wooninc vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens ernstige tekortkoming door het gebruik van het gehuurde voor hennepteelt.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen weet had van de kwekerij en dat haar persoonlijke omstandigheden, waaronder leeftijd, culturele achtergrond en medische situatie, haar belang bij behoud van de standplaats zwaarder laten wegen dan het belang van Wooninc. Het hof oordeelde dat het niet aannemelijk is dat appellante geen weet had van de hennepkwekerij, mede vanwege de sterke henneplucht en zichtbare signalen van de kwekerij. Ook haar medische en culturele argumenten werden niet geloofwaardig geacht.
Het hof stelde vast dat appellante tekortgeschoten is in haar verplichtingen als huurder door onvoldoende toezicht te houden. De persoonlijke omstandigheden van appellante rechtvaardigen volgens het hof geen uitzondering op de ontbinding. Het belang van Wooninc bij het beschermen van de woonomgeving weegt zwaarder dan het belang van appellante bij het voortduren van de huurovereenkomst. De grieven van appellante worden verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.