Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 3 mei 2023;
- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 22 juni 2023;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De werknemer trad in augustus 2020 in dienst bij de werkgever als onderhoudsmonteur. In september 2022 wilde de werknemer vanwege ernstige privéproblemen stoppen met werken en gaf dit telefonisch aan. Op 8 september 2022 vond een gesprek plaats waarbij de werknemer schriftelijk bevestigde zijn dienstverband te willen beëindigen. De werkgever stelde dat dit een duidelijke en ondubbelzinnige opzegging was.
De werknemer kwam hierop kort daarna terug en stelde onder druk te hebben getekend, maar het hof oordeelde dat de wil en verklaring op het moment van ondertekening overeenstemden en dat de werkgever gerechtvaardigd op de opzegging mocht vertrouwen. De werknemer had geen voldoende bewijs geleverd van wilsgebreken zoals dwaling of druk.
De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de opzegging geen rechtsgevolg had, maar het hof vernietigde dit en wees de verzoeken van de werknemer af. Omdat de werknemer zelf had opgezegd, bestaat geen recht op transitievergoeding. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: De opzegging door de werknemer is rechtsgeldig en er bestaat geen recht op transitievergoeding.