Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[---] Timmer- en Metselwerken,
' [xxx] Bouwkundig en Konstruktief Adviesburo,
1.[geïntimeerde 1] ,2. [geïntimeerde 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer: C/03/274665/ HA ZA 20-108)
2.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het tussenarrest van 18 januari 2022 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast (dit stuk ontbreekt in het procesdossier);
- de processen-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen en de voortzetting daarvan van respectievelijk 11 mei 2022 en 1 augustus 2022;
- de door [appellant] op 15 juli 2022 in het geding gebrachte producties 19 tot en met 31;
- de op 25 juli 2022 door [appellant] ingediende producties 32 en 33;
- de memorie van grieven in het principaal hoger beroep tevens houdende wijziging van eis (met de producties 34 t/m 40);
- de memorie van antwoord in het principaal hoger beroep, tevens grieven in incidenteel hoger beroep en wijziging van eis;
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep (met producties 41 t/m 45);
3.De beoordeling
In de offerte van 7 februari 2017 is ten aanzien van het bedrag van € 108.780,= (incl. 6 en 21% btw) voor de ruwbouw vermeld:
’In dit bedrag is opgenomen het bedrag aan subsidie groot 10.780,= via de RVO aangevraagd op 23/1/2017 en bevestigd door RVO per mail. Opdeling kosten: - via bouwdepot Rabo 98.000,= incl. btw’s, - via RVO subsidie 10.780,=. De voorbereidingskosten/projectkosten zijn 5.800,= + 21% btw. Dit bedrag is inbegrepen in het bedrag groot 98.000,= incl. btw’s. De werkzaamheden zijn gepland in 14 werkbare werkweken. Betalingstermijnen: - Voor aanvang de voorbereidingskosten groot 7.018,= (…)’.
In de brief van 14 februari 2017 schrijft [appellant] verder:
‘Ten aanzien van de tot nu toe ingediende facturen: factuur 2016-033 dd 23/9/2016 - rapportage vervolgschade, factuur 2016-034/035 1/10/2016 en 17/10 2016 ingediende omgevingsvergunning/ constructie, factuur 2017-004 23/1/2017 uren t.b.v. diverse aanpassingen bouwkundig en aanvraag subsidie RVO (...). Al de genoemde facturen hebben niets van doen met de daarnaast vanaf september lopende calculatie om te komen tot een bepaling van de bouwkosten. Dit heeft uiteindelijk geleid in het aanvullingsverzoek van het bouwdepot. Voor deze werkzaamheden is factuur 2017-005 van heden. De kosten van deze factuur zijn opgenomen in de totaalkosten van de bouw.’
‘(..) Ik heb de ruwbouw+ naar 90.000,= gebracht conform jouw wens van 24/2/2017 en inkl. mijn faktuur 2017-005. De verlaging van 98.000,= naar 90.000,= heeft ermee te maken dat ik een groot deel van mijn winst teruggeef om jou dit mogelijk te maken. In het kader van die afspraak kwamen wij ook overeen dat voor de bouw mijn kalkulatiekosten, genoemd in faktuur 005 werden voldaan. Deze kosten zijn gemaakt vanaf september 2016 tot twee weken geleden.’In een email van 10 maart 2017 schrijft [appellant] met betrekking tot factuur 2017-005:
‘Na alle inspanning is enige aktie voor mijn faktuur wel op z’n plaats, toch?’[geïntimeerde 1] reageert daarop bij email van dezelfde datum:
‘(..) Alles komt goed, zodra de vergunning binnen is en het contract getekend dan gaan we volle gas vooruit. Dan komt het financieel ook allemaal goed. (..)’Bij email van 13 maart 2017 schrijft [appellant] hierop onder meer:
‘(..) Afspraken zijn gemaakt en vast gelegd in de aannemingsovereenkomst welke jij op 8/2/2017 per mail hebt gehad als ook de vele mails die ik daarna zond. Daar als bedrijf mijn kosten ook doorlopen en jij de betaling op onjuiste gronden niet uitvoert wacht ik nog even tot morgen op betaling. (..) Met alle respekt heb ik jou in november 2016 ook horen zeggen dat we na 15 december 2016 vol gas gingen geven. Daarom had ik per januari tijd gepland en we leven nu maart 2017!! (..)’(prod. 6 [appellant] )
In art. 2 (aannemingssom, termijnbetalingen) van de overeenkomst is bepaald:
‘2a. Het Werk zal worden gerealiseerd voor een vaste aanneemsom tot het einde van het Werk van € 93.780,-,- inclusief BTW (...)2c. Betaling van de aanneemsom zal geschieden in termijnen, volgens het hierna volgende betalingsschema als vermeld op het planningsschema van de bouw. (…)2e. De aannemer geeft de volgende zekerheden:- de subsidie groot 10.780,- wordt uitgekeerd aan de aannemer na einde bouwwerkzaamheden- de betaling van de termijnen loopt 1 week achter tov het planningsschema.’In de overeenkomst zijn de werkzaamheden (Ruwbouw wind- en waterdicht) omschreven. Verder zijn daarin de uitgangspunten voor de calculatie vermeld: (tekeningen 1 t/m 10 d.d. 14 oktober en 15 november 2016 en tekeningen etc. afgegeven omgevingsvergunning).
In art. 4a van de overeenkomst is bepaald:
‘De opdrachtgever draagt zorg voor financiële zekerheid vanuit de bank tgv de aannemer.’
‘(..) Op 9 januari kwam ene (..) van de gemeente “handhaven” op de bouw. (..) Ik liet hem weten dat in elke normale gemeente wijzigingen die van ondergeschikte aard zijn aan het einde van de bouw worden verwerkt op tekening en vervolgens ingediend. Hij liet mij weten dat hij twijfelde aan de kapconstructie en dat die afweek van de vergunde situatie. (..) Hij wilde perse een milieu rapport hebben van de grond (…) Hij liet mij weten dat op maandag 15 januari in de commissie zou worden gesproken over nokhoogte etc. Uiteraard heb ik ervoor gezorgd dat via zijn team-manager er een rapportage lag van mijn hand. (..) Deze rapportage heeft er toe geleid dat de commissie unaniem tot de conclusie is gekomen (…) dat de veranderingen qua stedenbouw en juridisch als van ondergeschikt belang konden worden gezien. Daarmee kon er dus een vergunningaanpassing van de bestaande bouwvergunning worden afgegeven. Op 25/26 januari heb ik de vergunningspapieren voor de aanvraag aanpassen nokhoogte ingediend en kreeg daar gisteren de ontvangstbevestiging van de gemeente. (…) Ten aanzien van de grond blijf ik van mening dat een simpele vaststelling van een onverdachte locatie voldoende is. De gemeente is niet te vermurwen en er moet een uitgebreid rapport komen. Zo’n rapportage koste ca. 1.800 inkl. Btw. Ik heb (…) het kunnen uitbesteden aan (..) voor 720 excl btw. Het onderzoek staat gepland voor 20/21 februari as. (..)’
‘(…) Wanneer u niet binnen 5 dagen na dagtekening van dit schrijven de werkzaamheden hervat zie ik mij genoodzaakt een derden in te schakelen om de werkzaamheden af te ronden. De reden voor deze sommatie is simpel. U heeft zowel aan mij, alsook aan mijn advocaat bevestigd dat de werkzaamheden voor de winter zouden zijn afgerond zodat we de volgende fase konden opstarten. (..)’
‘Het is natuurlijk onjuist om te zeggen dat de bouw maanden stil heeft gelegen door foutieve tekeningen. De bouw zou gemaakt worden volgens de afgesproken en ondertekende tekeningen waarop ook de vergunning is afgegeven. Zoals jullie weten is op de bouw vele malen gediscussieerd over met name grootte van ruimten en hoogte in de kap. Op de vergunning staat een nokhoogte van 5.500m. (..) vroeg [geïntimeerde 1] mij of de nok hoger kon om meer ruimte te krijgen. Daar in het bestemmingsplan een nokhoogte van max. 9 m staat kon dit geen probleem opleveren (…) Dat de bouw ook in 2017 werd vertraagd kwam mede vanwege het niet, volgens overeenkomst betalen van mijn rekeningen met 7 dagen. Hierdoor liepen betalingen aan mijn onderaannemers ook stroef. Er zou ook een bewijs komen van de bank dat het bouw bedrag stond gereserveerd bij de bank. Herhaalde malen werd mij gezegd dat als de situatie van de afbouw duidelijk was dit ook door mij diende te gebeuren omdat ik toch ook in die fase veel tijd heb geïnvesteerd om getallen helder te krijgen. (…) Uit bovenstaande zullen jullie begrijpen dat ik niet kan en ga accepteren dat een ander mijn werk afmaakt. Jullie stellingname is dan ook onterecht. Ik zou daar nog begrip voor hebben als ik pas over maanden zou starten. Ik heb in mijn laatste brief aangegeven eind van de maand. Het kontrakt gaat uit van werkbare dagen. Dit geldt ook nu weer. (…) eind van dit jaar ruw bouw af haalbaar moet zijn maar is weer afhankelijk van het weer.’
‘(..) Ik kom even terug op jouw email van 27 oktober jl. De enige afspraak die ik niet kon nakomen was in februari 2018 gereed zijn daar de gemeente de bouwstop instelde in januari 2018. Voor het overige heb ik mij keurig (en zelfs meer) aan de overeenkomst gehouden. Jij hebt je echter niet aan de betalingstermijn gehouden en de bevestiging van de bank waarin stond dat het bedrag voor de ruwbouw voor mij stond gereserveerd. Maar jij ziet dat dus blijkbaar anders. Ik ga er dan maar van uit dat ik de afbouw niet doe en zal mij concentreren op het afmaken volgens de overeenkomst. Er zijn nog enkele zaken te regelen en ik zal dat even op papier zetten. (…) Ik zal morgen even een financieel overzicht produceren en jouw laten toekomen inkl planning. (..) Ook ik ben niet gelukkig hoe eea is gelopen maar mogelijk kunnen we met open visier verder en de ruwbouw afmaken. Ook ik ben nu twee jaar bezig om jullie dat huis te geven waarop zo lang wordt gehoopt, maar wil nu eerst eens zaken goed regelen en vastleggen. Ik heb nu als start 12 november as staan en wil voor die tijd alles goed geregeld hebben, in ieders belang. (..)’
‘(…) Vanwege jouw uitgangspunt, nl de tussen jou en mij gesloten overeenkomst, heb ik eens bekeken welke verschillen er zijn ontstaan en welke aanvullingen/extra werken ik heb gedaan gaande het bouwtraject. Daarnaast heb ik mijn uren aangegeven die ik met de vervolgschade ben bezig geweest van november 2017 t/m april 2018. Ook zijn de kosten voor de hernieuwde aanvraag omgevingsvergunning met grondonderzoek in beeld gebracht. De planning geef ik even heel kort weer omdat er nogal slecht weer komt de komende maanden en het geen zin heeft een planning te maken waar elke dag op moet worden teruggekomen. Ik geef dus het principe weer. Ik gaf jou reeds aan dat ik geen zin heb om (..) voor wij over de afbouw gaan praten. De afbouw doe ik dus niet (..).’In de email worden als extra kosten (excl. btw) vermeld: € 600,= grondonderzoek, € 1.300,= reeds aangevoerde materialen cf mail 7/1/2018 en extra kosten ivm wijzigingen bouw tov overeenkomst 3/4/2017 van € 5.445,=, € 1.725,=, € 1.980,=, € 1.440,=, een p.m post (voor aanbrengen schoorsteen), en € 1.150,=. Als planning is vermeld: start 12/11/2018 en einde 28/2/2019 bij werkbare dagen.
‘In de bijlage mijn finale voorstel om weer te her starten met de afbouw en ruwbouw (..)’.De bijlage behelst een brief d.d. 10 november 2018, waarin [appellant] een opgave doet van de in 2017 betaalde facturen (in totaal € 71.000,=), opmerkt dat er nooit een bevestigingsbrief van de bank conform overeenkomst is gekomen, en een opsomming geeft van de extra kosten (kosten vervolgschade, kosten aanvraag nieuwe omgevingsvergunning, reeds aangevoerde materialen {€ 1.300,=} en kosten wijziging bouw {excl. schoorsteen, € 11.740,= excl. 21 % btw}), een en ander als genoemd in de email van 5 november 2018 en, voor de nieuwe aanvraag omgevingsvergunning inclusief grondonderzoekkosten, een bedrag van € 2.325,=. In de brief concludeert [appellant] dat een aannemingssom van € 26.560,= (incl. btw en excl. meerwerk) resteert. Hij stelt een betalings/facturatieschema voor en geeft aan dat de bevestiging van de bank kan vervallen en dat bij instemming van [geïntimeerde 1] binnen 1 week de bouw binnen 14 dagen na de overeenkomst kan worden herstart.
‘(..) Uit de onderliggende stukken blijkt genoegzaam dat cliënt u meermaals in de gelegenheid heeft gesteld om de werkzaamheden af te ronden, waarbij enkel de conclusie getrokken kan worden dat u van deze mogelijkheden geen, althans onvoldoende gebruik heeft gemaakt. Cliënt ziet zich derhalve genoodzaakt om de overeenkomst met u te beëindigen en de werkzaamheden door een derde te laten afronden. Het behoeft geen betoog dat cliënt de daaraan verbonden kosten op u zal verhalen nu deze kosten een direct resultaat zijn van het feit dat u tekortgeschoten bent in de nakoming van uw overeenkomst.Aangezien partijen een geruime tijd wel op een goede manier hebben kunnen werken wenst cliënt thans nog geen juridische stappen jegens u te ondernemen en de zaak in der minne te regelen. (…)’ (prod. 10 [geïntimeerde 1] )
rapportage vervolgschade na brand’ ten bedrage van € 1.461,08 (incl. btw) en een factuur 2018-043 (prod. 3 [appellant] ) voor een bedrag van € 2.813,25 (incl. btw) voor ‘
aanvragen nieuwe omgevingsvergunning ivm verhoogde nok etc.’ en ‘
aanleveren door gemeente gevraagde milieu grond onderzoek’(prod. 3 [appellant] ).
Bij email van 3 december 2018 aan de advocaat van [geïntimeerde 1] (prod. 12 [geïntimeerde 1] ) laat [appellant] weten dat hij binnen een week na de brief van 10 november 2018 niets heeft vernomen, dat hij concludeert dat de facturen van 19 november 2018 niet zijn voldaan en dat de meerkosten voor aanvang van de hervatting moeten worden voldaan.
‘ Ik snap niet hoe ik een planning moet maken als ik niet weet wat er gebouwd moet worden van de lijst met extra werken, met een waarde van die ca. 11.000,- excl btw. De resterende werkzaamheden kennen een totaal bedrag in mijn opstelling van 10/11/2018 met betalingstermijnen. Zoals u gisteren reeds meldde zijn de financiële middelen er niet om wensen, die nu bekend zijn, te verwezenlijken door de fam [geïntimeerde 1] . Er zouden, voor we verder gaan, op uw eigen voorstel eerst afspraken gemaakt worden.’ en
‘Het is beter te zeggen dat de middelen er (nu) niet zijn zodat we kunnen kijken hoe eea op te lossen, zodat we door kunnen. Hierbij wil ik zeker meedenken in de afbouw maar ik ga niet “zomaar” weer beginnen.’
‘(..) Voor het overige heeft [geïntimeerde 1] u verzocht een offerte op te stellen voor de afbouw, welke offerte dit weekend is ontvangen. [geïntimeerde 1] zal deze offerte met u bespreken. (..)’
’(..) Inmiddels zijn wij 2 maanden en vele emails verder, ben ik weer begonnen op de bouw per 10 december 2018, heb een planning gemaakt op basis van het besprokene, jou toegezonden en wacht sinds 17 december 2018 op antwoord. Inmiddels heb ik alles georganiseerd voor ruwbouw en afbouw maar krijg ik moeizaam tot niet antwoord op mijn, aan [geïntimeerde 1] via de mail gestelde vragen. In deze overspannen bouwtijd moet ik ruim van tevoren mensen en materialen vastleggen omdat ik anders mijn planning niet haal. Ik ga ervan uit dat ik, op basis van mijn planning met onderliggende berekening van 17 december, eea op basis van jouw email van 4 december 2018, de totale bouw afrond. [geïntimeerde 1] geeft in zijn mail van deze week aan dat ik dat met jou moet regelen. Dus bij deze. (..)’
‘Ik heb de planning als bijgevoegd bij de e-mail van 17 december 2018 met [geïntimeerde 1] besproken. Zij zijn niet akkoord met deze opstelling. Afgesproken was dat er een concreet plan zou komen inclusief kostenbegroting ten aanzien van de ruwbouw. De kosten worden ook betaald uit het bouwdepot. 90% van de thans gestuurde planning heeft echter te maken met de afbouw, welke overeenkomst nog moet worden uitonderhandeld. (..) [geïntimeerde 1] wenst hier pas daadwerkelijk over te onderhandelen wanneer de ruwbouw gereed is. Met andere woorden, we hebben nog altijd geen concreet overzicht van de werkzaamheden die thans nog, in het kader van de ruwbouw moeten worden uitgevoerd (..) Tevens werd mij kenbaar gemaakt dat de bouw wederom stil zou liggen, in afwachting van mijn reactie. Uit het bovenstaande blijkt reeds genoegzaam dat ik nog niets heb om op te reageren (..) Concreet verzoekt de familie [geïntimeerde 1] dan ook een gedetailleerde planning van de ruwbouw. Alle aspecten van de afbouw moeten daar buiten blijven (..)’
‘(..) kom ik tot de conclusie dat ik al vanaf 2/11/2018 wacht op bevestiging van afspraken (..) Al vanaf 2/11/2018 probeer ik duidelijkheid te krijgen over de situatie met overzichten die allen betrekking hebben op de gesloten overeenkomst aangaande de ruwbouw wind- en waterdicht. (..) Er komt nu echter geen enkele respons terwijl we toch haast hebben. Op 5 december zeg ik nog dat ik geen planning kan maken om de ruwbouw af te ronden als ik niet weet wat ik definitief moet maken. Immers meerwerken worden voor uitvoering afgerekend als zij geen onderdeel vormen van de overeenkomst. Geen enkele reactie. Op 10 december start ik dan maar weer tegen beter weten in en op 14 december vraag ik nog maar eens, indachtig de overeenkomst wat ik nu moet maken en dan pas kan plannen. Op 17 december stuur ik jou (..) een planning met gesplitst ruwbouw en afbouw (..) Dan zitten we nog met de extra kosten waarvan jij zegt dat dat niet via het bouwdepot is te voldoen en dat het fijn zou zijn als dat in een later stadium vanuit de afbouw wordt betaald. Dat is voor mij geen probleem. Ik zend dan op 9/12/2018 een concept voor de afbouw, met een omschrijving als ook bij de ruwbouw, en dan komt er gisteren een mail waarin staat dat van afbouw (nog) geen sprake is omdat er nog onderhandeld moet worden. Dan zijn we dus weer ruim 4 weken verder. (…) De planning inkl betalingsschema is wat het is en van daaruit wordt gebouwd en betaald. [geïntimeerde 1] had zijn afbouw zo liet hij mij in oktober al weten, gefinancierd. De ruwbouwkosten zijn begrensd op 21.000,= en de rest is als aangegeven in mijn overzicht van 17/12/2018. We beginnen dus weer, in het vertrouwen dat Misschien is het spelen met open kaart wel voor de hand liggend. Reeds vorige week stond dakfolie gepland in de planning die er reeds sinds 17 december ligt en waarmee 4 weken niets is gedaan. (..)’
‘ [appellant] , wij hebben duidelijk afgesproken dat jij een planning zou maken van de ruwbouw. (…) Jij kan nu zorgen voor de planning waar wij om gevraagd hebben en dan wel zeer gedetailleerd. Plus jij zet nu in de mail dat je afziet van die spookfacturen waar wij niet om gevraagd hebben. Zoals het te hoog bouwen van het huis en vergunning aanvraag en door duurdere kosten (..)’
‘(..) In het kader van.de gesloten aannemingsovereenkomst dd 21 april 2017 tussen [geïntimeerde 1] te [woonplaats] ( [geïntimeerde 1] )en [---] timmer- en metselwerken te [vestigingsplaats] ( [---] ) hebben partijen gedurende de periode vanaf medio oktober 2018 verzocht te komen tot een voortzetting van de werkzaamheden. Alvorens weer op te starten heeft [---] met [geïntimeerde 1] afgesproken dat er duidelijkheid zou komen over het nakomen door [geïntimeerde 1] van reeds vastgelegde - en nieuwe afspraken.- art.2c het betalen van de aanneemsom in termijnen op basis van de planning- art.4a het geven van financiële zekerheid aan [---] door de bank van [geïntimeerde 1]
primair (II-I) verklaring voor recht dat het waarschijnlijk is dat [appellant] het werk niet tijdig en naar behoren kan opleveren en op grond van die tekortkoming voor alle door [geïntimeerde 1] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en (II-II) ontbinding door de rechtbank van de overeenkomst op grond van art. 7:756 lid 1 BW Pro,
- [geïntimeerde 1] niet kon terugkomen op zijn omzettingsverklaring van 17 mei 2019;
- het antwoord op de vraag of deze omzettingsverklaring heeft geleid tot omzetting van de verbintenissen van [appellant] in verbintenissen tot schadevergoeding, afhangt van de vraag of [appellant] op 17 mei 2019 in verzuim was (r.o. 4.7);
- de partijen over en weer stellen dat de ander in verzuim verkeerde op 17 mei 2019 en dat het de vraag is wie als eerste tekortschoot en in verzuim verkeerde (r.o. 4.8);
- de verplichting van [appellant] om de ruwbouw te realiseren betekent dat [appellant] binnen redelijke termijn na de opheffing van de bouwstop in juni 2018 de verplichting had het werk te hervatten (r.o.4.8);
- [appellant] onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat er in de periode januari 2018 tot 17 mei 2019 een betalingsverplichting op [geïntimeerde 1] rustte of dat vast kan komen te staan dat [geïntimeerde 1] in schuldeisersverzuim verkeerde en [appellant] zijn werkhervattingsverplichting mocht opschorten (r.o. 4.9);
- de afspraken tussen partijen niet zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst van werk en zij geen duidelijke mondelinge afspraken hebben gemaakt over (tijdstippen) van betaling van werk; dat bij gebreke daarvan niet kan worden geconstateerd dat [geïntimeerde 1] in de periode vóór 17 mei 2019 tekort is geschoten (r.o. 4.10);
- door de omzettingsverklaring de verbintenissen van [appellant] zijn omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding en [geïntimeerde 1] daarom geen vordering meer kan instellen die is gegrond op een tekortkoming in de nakoming, zodat de primair gewijzigde vorderingen moeten worden afgewezen (r.o. 4.12);
- de subsidiair gevorderde verklaring voor recht dat [geïntimeerde 1] (op 17 mei 2019) een rechtsgeldige omzettingsverklaring ex artikel 6:87 BW Pro heeft uitgebracht, kan worden toegewezen maar de subsidiaire vordering voor het overige moet worden afgewezen omdat – zo [geïntimeerde 1] een verwijzing naar de schadestaat beoogt te vorderen - artikel 6:87 BW Pro geen grondslag biedt om geleden en nog te lijden schade te vergoeden; dat de omvang van de schade dient te worden bepaald aan de hand van de bepalingen van afdeling 10 van titel 1, boek 6 BW (r.o. 4.14);
- de omzettingsverklaring van [geïntimeerde 1] de verbintenis van [geïntimeerde 1] zelf onverlet laat (r.o.4.16);
- de vordering van [appellant] tot ontbinding van de overeenkomst ter zake de ruwbouw moet worden afgewezen omdat [geïntimeerde 1] zijn betalingsverplichtingen mocht opschorten omdat [appellant] het werk niet hervatte (r.o. 4.17);
- [appellant] onvoldoende heeft onderbouwd dat een overeenkomst ter zake de afbouw is gesloten en de vordering tot ontbinding van die overeenkomst moet worden afgewezen, evenals de daarop berustende vordering VII (r.o. 4.18);
- de vorderingen III tot en met VI en vordering VIII worden afgewezen om de in de rechtsoverwegingen 4.19 tot en met 4.24 van het beroepen vonnis nader omschreven redenen.
I-I voor recht te verklaren dat [geïntimeerde 1] rechtsgeldig de overeenkomst tot aanneming van werk op 20 november 2018 buitengerechtelijk heeft ontbonden;
- factuur 2016-033 d.d. 23//9/2016 (rapportage vervolgschade) - € 2.554,31
- factuur 2016-034 d.d. 1/10/2016 (aanvraag omgevingsvergunning) - € 1.452,=
- factuur 2016-035 d.d. 17/10/2016 (aanvraag omgevingsvergunning) - € 3.358,=
- factuur 2017-004 d.d. 23/1/2017 (div. aanpassingen, aanvraag subsidie - € 2.574,28 (bijlage K prod. 1 [geïntimeerde 1] )
- factuur 2017-005 (calculatiekosten, inbegrepen in aannemingssom)
- factuur 2017-030 d.d. 14-08-2017 (legeskosten)
- facturen 2017- 031, 034, 035, 036, 039, 041, 042, 044, 046, 050 bouwtermijnen van 1x € 8.000,= en 9 x € 7.000,= (totaal € 71.000,=); de facturen dateren van 31/7, 25/8, 18/9, 2/10, 9/10, 15/10, 20/10, 5/11, 10/11 en 20/12/2017 en zijn voldaan op respectievelijk 14/8, 14/9, 6/10, 6/10, 8/11, 30/10, 8/11, 4/12, 4/12/2017 en 12/1/2018 (prod. 9 [geïntimeerde 1] )
- factuur 2018-041 d.d. 19/11/2018 (div. rapporten, calculaties) - € 1.461,08 (prod. 5 [appellant] )
- factuur 2018-043 d.d. 19/11/2018 (aanvragen nieuwe omgevingsvergunning, milieu grondonderzoek) - € 2.813,25 (prod. 3 [appellant] )
‘(…) Gelukkig is [geïntimeerde 1] vol lof over wat ik doe voor de vervolg schade maar de credits daarvoor vertalen zich niet naar de betalingen van mijn facturen. (…)’en de email van 5 januari 2018 (prod. 4 [appellant] ) waarin [appellant] aan [geïntimeerde 1] schrijft:
‘(..) Ik vraag om een keuze voor de goten en ik krijg geen antwoord. Laat mij per mail maar even weten wanneer mijn faktuur 2017-050 dd 20/12/2017 aan mij wordt betaald. Het is een faktuur voor werk dat al gedaan is en inmiddels bijna 3 weken oud. (…)’. Ook verdere correspondentie geeft daarvan blijk (zoals de email van 20 oktober 2017 aan [geïntimeerde 1] en de bank {prod. 28 [appellant] }).
tenzij de Opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen.’ Naar het oordeel van het hof moet het voor [geïntimeerde 1] zonder meer duidelijk zijn geweest dat een verhoging van de kap ten behoeve van het creëren van meer binnenruimte noodzakelijkerwijze gepaard zou gaan met meerkosten. Voor een grotere omvang zijn meer materialen nodig en moeten meer materialen worden verwerkt. Verder zijn daarvoor nieuwe constructieberekeningen nodig geweest, waarmee blijkens het bericht van [persoon D] ( [zzz] Adviesbureau voor bouwconstructies, verder: [persoon D] ) (prod. 12 [appellant] ) een bedrag van € 550,= excl. btw mee gemoeid is geweest. Van de Trespa beplating betwist [geïntimeerde 1] voorts niet dat [appellant] hem tevoren heeft laten weten dat daaraan meerkosten verbonden zouden zijn. Kosten voor meerwerk hebben voorts niets van doen met het ingevolge de overeenkomst loon- en prijsvast zijn van de in de initiële overeenkomst overeengekomen werkzaamheden.
meer subsidiair [geïntimeerde 1] te veroordelen tot betaling van de onderhandelingskosten ad € 2.126.40, dan wel een door u, edelachtbare, in goede justitie te bepalen bedrag;
‘twee bouwkundig deskundigen tot de slotsom komen dat de werkzaamheden van [appellant] grotendeels gebrekkig zijn en vervangen/gerepareerd dienen te worden.Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde 1] daarmee onvoldoende concreet onderbouwd dat sprake is van gebreken die bij de waardering van de ongedaanmakingsverplichtingen zouden moeten worden betrokken. Het hof acht het niet op zijn weg liggen om zonder concrete, door [geïntimeerde 1] niet gegeven verwijzingen, de genoemde rapporten – waarvan in dit verband alleen aan het rapport [persoon A ] relevantie zou kunnen toekomen - daarop te onderzoeken. Dit geldt temeer nu aan [persoon A ] wel de nodige concrete vragen zijn voorgelegd over nog te verrichten en nog te herstellen werkzaamheden en de daarmee gemoeide kosten maar die vragen door [persoon A ] in het kader van een herstel- en afmaken van de werkzaamheden door een derde zijn beantwoord en niet in het kader van een waardering van de door [appellant] verrichte prestaties in relatie met de door [appellant] daarvoor in rekening gebrachte bedragen. In het rapport wordt bovendien een inschatting van kosten gemaakt die mede betrekking heeft op nog uit te voeren - bij ontbinding op vordering van [appellant] niet meer aan de orde - werk. Bovendien hebben de geschatte kosten mede betrekking op onderdelen waarvan [persoon A ] adviseerde tot vervanging maar die wel in de overeenkomst waren voorzien en waarvan in de calculatie van de aannemingssom is uitgegaan (b.v. OSB plaat ipv een gelamineerde houten ligger). Onder M van zijn rapport merkt [persoon A ] ook op dat hij niet altijd heeft kunnen reconstrueren wat er precies tussen de partijen is afgesproken. Zonder nadere, door [geïntimeerde 1] niet gegeven toelichting, kan uit de opsomming van kosten in het rapport niet worden geconcludeerd tot enige concrete mindere waarde van hetgeen door [appellant] is gepresteerd.