Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Interim Places B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Interim Bemiddeling B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/354372 / HA ZA 20-32)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de rolbeslissing van 11 april 2023;
- de akte rectificatie in principaal hoger beroep van Philadelphia ;
- de antwoordakte in principaal hoger beroep van Interim c.s.
3.De beoordeling
Bruikleengeefster met de eigenaar van het pand / perceel of een gedeelte van het pand / perceel met inventaris en eventueel om en bijliggende grond met opstallen staande en gelegen te:
- Bruikleengeefster door de eigenaar in dat kader is gemachtigd tot het sluiten van (tijdelijke) bruikleenovereenkomsten als de onderhavige mede ter beveiliging van het object tegen de risico’s van tijdelijke leegstand;
- Bruikleengeefster de aan hem toegewezen ruimte(n) zoals voornoemd, deel uitmakende van het object en hierna eveneens te noemen “het object”, in tijdelijke bruikleen wenst te geven aan Bruikleennemer, die het object tijdelijk in bruikleen wil nemen om in het object tijdelijk verblijf, kantoor of atelier te houden;
Partijen zich over en weer derhalve terdege bewust zijn dat geen sprake is of kan kan zijn van een huurovereenkomst zodat Bruikleennemer nooit een beroep kan of zal doen op huurbescherming en ontruimingsbepalingen. Bruikleengeefster heeft zulks ook nadrukkelijk bij de mondelinge toelichting aan Bruikleennemer medegedeeld.
“(…)
Hierbij willen wij graag het contract voor tijdelijk beheer en verhuur voor de locatie Landgoed Beverweert , [adres 1] [vestigingsplaats] per direct opzeggen.
“(…)
De koopsom voor de Vorderingsrechten (…)”. Daarmee is in beginsel voldaan aan de eisen die artikel 7:1 in Pro samenhang met artikel 7:4 BW Pro stelt aan een koopovereenkomst. Uit artikel 2 van Pro de akte van cessie blijkt bovendien dat de Stichtingen en Philadelphia een reële koopprijs zijn overeengekomen. Die is gelijk aan het bedrag dat Philadelphia op de vorderingen uit wanprestatie en/of onrechtmatige daad van Interim c.s. zal innen, verminderd met het bedrag dat oninbaar zal blijken te zijn en met nog te maken kosten van invordering, waarbij betaling zal geschieden door verrekening van dat bedrag met de schuld die Stichting Vegetarisch Centrum heeft aan Philadelphia . Philadelphia heeft met het overleggen van de jaarrekening 2017 het bestaan van die schuld onderbouwd. Of die verrekening daadwerkelijk zal plaatsvinden is voor de beoordeling of de cessie rechtsgeldig is, niet van belang. Betaling van de koopsom is daarvoor immers geen vereiste.
Parl. Gesch. BW Boek3, p. 393). Bovendien heeft Philadelphia met het in het geding brengen van de akte van cessie aan haar verplichting op grond van de bepaling voldaan.
Opdrachtneemster zal overeenkomsten van bruikleen (laten) sluiten met personen die in het object worden geplaatst met als doel het object te beheren en te beveiligen tegen bepaalde risico’s verbonden aan (tijdelijke) leegstand.”
Artikel 3.1 van de beheerovereenkomst bepaalt dat Interim Places overeenkomsten van bruikleen zal (laten) sluiten met personen die in het object worden geplaatst. Niet in geschil is dat partijen met overeenkomsten van bruikleen, overeenkomsten van tijdelijke aard bedoelen, waaraan de gebruiker in elk geval geen rechten van huurbescherming kan ontlenen.”
- De overeenkomsten zijn getiteld “
- In de considerans van de overeenkomst staat o.a.:
(…) Partijen zich over en weer derhalve terdege bewust zijn dat geen sprake is of kan zijn van een huurovereenkomst zodat Bruikleennemer nooit een beroep kan of zal doen op huurbescherming en ontruimingsbepalingen. Bruikleengeefster heeft zulks ook nadrukkelijk bij de mondelinge toelichting aan Bruikleennemer medegedeeld.”
Bruikleengeefster geeft het object ‘om niet’ in bruikleen aan Bruikleennemer.”
Artikel 7: Géén huurovereenkomst en huurbescherming
Partijen erkennen beiden nadrukkelijk dat deze overeenkomst geen huurovereenkomst betreft. Bruikleennemer erkent en realiseert zich dat beroep op huurbescherming en ontruimingsbescherming voor hem niet mogelijk is.”
“(…) al snel sprake is dan wel kan zijn (…)”, is onvoldoende. De zeer geringe gebruiksvergoeding voor een woning van € 148,00 per maand die zowel met [persoon A] als met [persoon D] is overeengekomen biedt geen steun aan de opvatting dat er sprake is van een de gebruikskosten overstijgende tegenprestatie.
daardoorde schade waarvan zij vergoeding vordert heeft resp. hebben geleden. Voor het kunnen vaststellen van dat causaal verband moet in ieder geval zijn voldaan aan het condicio sine qua non-criterium: onderzocht moet worden of, indien de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust wordt weggedacht, de schade zonder die gebeurtenis ook zou zijn ingetreden. Is dat het geval, dan ontbreekt het causaal verband. De rechtbank heeft die vraag voor elk van de door Philadelphia gevorderde schadeposten, te weten de juridische kosten, de lagere verkoopprijs, de gebruikskosten en de reputatieschade, bevestigend beantwoord. Daartegen richten zich de grieven.