Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 3 augustus 2023;
- het procesdossier van de eerste aanleg (waaronder het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg), ingekomen ter griffie op 9 augustus 2023;
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 11 september 2023;
- een brief van [de werkgever] met een aanvullende productie, ingekomen ter griffie op 18 september 2023;
- een brief van [de werknemer] met aanvullende producties, ingekomen ter griffie op 21 september 2023;
- de op 28 september 2023 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn gehoord:
3.De beoordeling
“Ik heb vernomen dat u misleidende informatie naar ARAG[hof: de toenmalige gemachtigde van [de werknemer] ]
hebt gestuurd over mijn ziektebeeld”.En in een e-mail van 21 juli 2022 aan [HR adviseur] :
“Ik heb nog niets van u vernomen over de misleidende informatie dat u naar ARAG rechtsbijstandsverzekering gestuurd hebt.”Deze e-mails zijn cc naar diverse senior managers en directieleden gestuurd. Uit de reactie die [HR adviseur] heeft gestuurd blijkt dat zij vriendelijk en duidelijk uitleg heeft gegeven en dat zij heeft getracht het wantrouwen weg te nemen. Tegelijkertijd heeft zij [de werknemer] gevraagd alleen met direct betrokkenen te communiceren en om respectvol met elkaar om te gaan. Nadien heeft op advies van de bedrijfsarts (een tweede) mediation plaatsgevonden.
“Nu neem ik de verbetering traject als ontslagdossier en opmaat naar ontslag. Het management wil het als concrete en objectieve bewijslast. (…) Uit mails zijn er bewijzen zoals dat een Verstoorde arbeidsrelatie, arbeidsverhouding en geen toekomst binnen het bedrijf is voor mij en de conclusie al is getrokken dat ontslag onvermijdelijk is. (..)”
“Mede onder leiding van [leidinggevend Technical Supervisor][hof: [leidinggevend Technical Supervisor] ]
en collega’s is mijn huidige functie verstoord geraakt en de verhoudingen met hun verre van goed zijn. Dat wordt niet meer beter.”[de werknemer] heeft in die e-mail gevraagd om een coach. Daarop heeft [HR adviseur] (per e-mail op 8 december 2022) laten weten dat [leidinggevend Technical Supervisor] elders zou gaan werken en dat [de werkgever] zeker bereid is om mee te denken over externe coaching. Vervolgens is een impasse ontstaan omdat [de werkgever] van [de werknemer] verlangde dat hij zijn eigen werk zou gaan verrichten, terwijl [de werknemer] op een andere afdeling tewerk gesteld wilde worden. Dat verschil van inzicht kon niet worden overbrugd (daarop zal hierna nog nader worden ingegaan).
Verder is het zo dat [leidinggevend Technical Supervisor] niet meer werkzaam zou zijn in de FNET-cel. Aangezien het met name niet boterde met [leidinggevend Technical Supervisor] was daarmee een belangrijke reden voor een risico op hernieuwde uitval verdwenen. [de werknemer] zou aangestuurd worden door [een leidinggevende] , met wie hij goed overweg kon. Blijft over dat [de werknemer] zijn verhouding met collega’s zou moeten herstellen, maar daarbij zou [de werknemer] hulp kunnen krijgen van een externe coach. Bovendien heeft [de werknemer] zelf aangevoerd dat hij het goed kon vinden met zijn collega’s op de werkvloer. Waarom er een risico zou bestaan op hernieuwde uitval bij hervatting van het werk in de FNET-cel, terwijl [de werknemer] al veel eerder vond dat hij volledig hersteld was, heeft hij onvoldoende toegelicht.