Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 12 juli 2022 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 28 november 2022;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- de mondeling behandeling, waarbij partijen spreeknotities hebben overgelegd;
- de bij H-12 formulier van 26 april 2024 door [appellant] toegezonden producties 19 en 20 en de bij H-12 formulier van 7 mei 2024 door Nationale-Nederlanden toegezonden productie 5, die - na bespreking van het bezwaar van [appellant] tegen laatstgenoemde productie - bij de mondelinge behandeling aan de gedingstukken zijn toegevoegd.
6.De beoordeling
In verband met alle ter zake herstelwerkzaamheden door [appellant] gemaakte kosten, kent het gerechtshof hem een schadevergoeding toe van € 11.000,--.” [appellant] voert in het kader van deze grief aan dat het hem niet duidelijk is welke betekenis het hof aan deze zin zal toekennen. Om die reden betoogt [appellant] dat de vergoeding van € 11.000,- die hij naar aanleiding van een eerdere procedure heeft ontvangen, enkel zag op de door hem uitgevoerde herstelwerkzaamheden in het kader van zijn schadebeperkingsplicht in verband met de schade als gevolg van door Aluzon N.V. foutief geplaatste kozijnen. Die vergoeding betreft dus geen schadevergoeding voor de nu in deze procedure geclaimde schade, die nog steeds bestaat, aldus [appellant] .
“In dat verband is van belang dat kennelijk volgens partijen geen mogelijke andere oorzaak is aan te wijzen voor de schade.”[appellant] voert in het kader van deze grief aan dat hij dit standpunt nooit heeft ingenomen. Het hof constateert dat de rechtbank in rov. 4.3. van het bestreden vonnis uitsluitend het standpunt van Nationale-Nederlanden heeft weergegeven zoals zij dat in de procedure bij de rechtbank heeft ingenomen, en niet het standpunt van [appellant] . De rechtbank heeft ook aan geen enkele beslissing ten grondslag gelegd dat [appellant] op dit punt hetzelfde standpunt heeft ingenomen als Nationale-Nederlanden. Deze grief kan dan ook niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden.
“Primair wordt de schade dus toegeschreven aan de vochtbelasting door regen en wind in combinatie met de eigenschappen van de pleisterlaag.”TechnoConsult zegt hiermee niet dat de schade wordt veroorzaakt uitsluitend door vochtbelasting door regen en wind, zoals [appellant] betoogt. Als wordt uitgegaan van de bevindingen en conclusies in het rapport van TechnoConsult geldt naar het oordeel van het hof dat het aangebrachte pleisterwerk, vanwege de geconstateerde gebreken, niet voldoet aan hetgeen het hof in 6.7.6. voorop heeft gesteld, te weten het bieden van een waterdichte bescherming van de buitengevel tegen regen en wind. Daarmee is sprake van een constructiefout als bedoeld in artikel 7.6. van de polisvoorwaarden omdat bij de materiaalkeuze en/of bij het aanbrengen van het pleisterwerk fouten zijn gemaakt.