Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 2],wonende te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het hof heeft een mondelinge behandeling gehouden en een termijn vastgesteld voor het indienen van de memorie van grieven. Hoewel appellant om uitstel heeft verzocht, is de memorie van grieven niet binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend.
Het hof heeft vervolgens ambtshalve een uitstel van vier weken verleend, maar dit was peremptoir en kon niet zonder eenstemmig verzoek van partijen of klemmende redenen worden verlengd. Appellant heeft geen nieuw uitstelverzoek ingediend, waardoor het recht om de memorie van grieven in te dienen is vervallen.
Geïntimeerden hebben terecht een akte van niet-dienen ontvangen. Het hof oordeelt dat appellant geen grieven tegen het vonnis heeft aangevoerd en verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Tevens wordt appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet tijdig indienen van de memorie van grieven.