Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en een productie, ingekomen ter griffie op 29 april 2024;
- een brief van [de werknemer] met het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de kantonrechter, ingekomen ter griffie op 15 mei 2024;
- het verweerschrift met een productie, ingekomen ter griffie op 28 augustus 2024;
- een brief van [de werknemer] met producties 10 tot en met 15, ingekomen ter griffie op 6 september 2024;
3.De beoordeling
in ieder gevalin het geding is indien de handeling of nalatigheid niet enkel persoonlijke belangen raakt en ernstig is. Een handelen in strijd met de euthanasiewetgeving is ernstig en raakt niet enkel persoonlijke belangen. Het ging niet om het persoonlijke belang van [de werknemer] en ook niet enkel om het persoonlijke belang van de bewoonster. Het hof is van oordeel dat het vermoeden van een handelen in strijd met de euthanasiewetgeving en/of een tegen het leven gericht misdrijf, het openbaar belang raakt. In ieder geval ontstijgt het een persoonlijk belang, te meer omdat het vermoeden bestond dat dit werd gepleegd in het verpleegtehuis, althans met betrokkenheid van het verpleegtehuis. Het hof acht het zelfs evident dat in een situatie als deze een melder daarvan moet kunnen rekenen op de door de Wbk vastgelegde rechtsbescherming. Een melder heeft in de regel niet een zodanige kennis van de Wbk om net zo specifiek als de kantonrechter heeft gedaan, erachter te komen of sprake is van een ‘misstand’. Van zo’n melder kan niet worden verwacht dat hij eerst de parlementaire geschiedenis raadpleegt om dat te weten te komen. Een gemiddelde melder zal begrijpen dat het niet moet gaan om zijn persoonlijke belang (een privébelang). Een (vermoeden van een) misdrijf gericht tegen het leven is dat duidelijk niet.
vermoedenvan een misstand.
- griffierecht € 86,00
- salaris advocaat/gemachtigde € 1.086,00 (2 punten x tarief € 543,00)
- griffierechten € 349,00
- salaris advocaat € 3.142,00 (2 punt(en) x tarief III)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)