ECLI:NL:PHR:2024:673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorbreking medisch verschoningsrecht bij verdenking levensdelict in zorgcentrum
In deze zaak staat het beroep op het medisch verschoningsrecht centraal, nadat een behandelend arts werd verdacht van een opzettelijk gepleegd levensdelict jegens een patiënt in een zorgcentrum. De rechtbank Limburg verklaarde het beklag van de arts tegen de inbeslagneming van het medisch patiëntendossier en verpleegkundig-zorgdossier ongegrond, omdat zij oordeelde dat zeer uitzonderlijke omstandigheden de doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen.
De verdenking betreft het overlijden van een 87-jarige vrouw in een zorgcentrum, waarbij aanwijzingen bestaan dat ondervoeding of uithongering de doodsoorzaak kan zijn geweest. Uit schouw, sectierapporten en verklaringen van getuigen blijkt twijfel over een natuurlijke dood en mogelijke nalatigheid of opzettelijk handelen. De rechtbank vond dat het belang van waarheidsvinding zwaarder weegt dan het belang van geheimhouding, mede omdat er geen minder ingrijpende middelen zijn om de benodigde informatie te verkrijgen.
De arts stelde dat de verdenking onvoldoende was gespecificeerd en dat het beslag een te grote inbreuk op het verschoningsrecht vormde. De rechtbank oordeelde echter dat de verdenking concreet genoeg was voor een summiere toetsing en dat de inbreuk op het verschoningsrecht niet verder ging dan strikt noodzakelijk. De gevorderde dossiers beslaan een beperkte periode en zijn essentieel voor het strafrechtelijk onderzoek.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en adviseert het cassatieberoep te verwerpen. Het verschoningsrecht is niet absoluut en kan worden doorbroken bij ernstige verdenkingen tegen de arts zelf, zeker bij verdenking van een levensdelict. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen het recht op geheimhouding en het maatschappelijk belang van waarheidsvinding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het verschoningsrecht wordt doorbroken vanwege zeer uitzonderlijke omstandigheden bij verdenking van een levensdelict.