Uitspraak
- te duwen,
NJ2000/510). Met betrekking tot botfracturen overwoog de Hoge Raad dat in de regel sprake is van zwaar lichamelijk letsel indien sprake is van operatief ingrijpen waarbij onder meer de noodzaak en de aard van het medisch ingrijpen meeweegt (vgl. HR 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1051, rov. 2.6). Daarnaast betreft het uitzicht op herstel een (mogelijk) gezichtspunt in de beoordeling of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Daarbij geldt – ook buiten de situatie waarin operatief ingrijpen heeft plaatsgevonden – dat van zwaar lichamelijk letsel niet alleen sprake kan zijn indien het uitzicht op herstel in belangrijke mate ontbreekt, doch ook indien het letsel gepaard gaat met een langere periode van herstel of van onzekerheid over de mogelijkheid en de mate van herstel. Voorts kan van belang zijn in hoeverre tijdens de periode van herstel sprake is van pijn en/of fysieke beperkingen (vgl. HR 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1051, rov. 2.7). In voorkomende gevallen kan in de beoordeling voorts worden betrokken of restschade aanwezig is, in het bijzonder in de vorm van één of meerdere littekens. Daarbij kunnen van belang zijn het uiterlijk en de ernst van het litteken en daarmee samenhangend de mate waarin dat litteken het lichaam ontsiert, en eventueel of in verband met dat litteken – langdurige – pijnklachten (hebben) bestaan.
Feit 1 meer subsidiair (poging tot zware mishandeling [slachtoffer 1] )
het hof begrijpt: aangever [slachtoffer 2]) en ik hebben samen een licht- en geluidsbedrijf. [slachtoffer 2] is DJ. Vandaag, zondag 9 oktober 2022, draaide mijn zoon ergens en daarna vroegen ze of hij meeging de stad in. Omstreeks 23:06 uur werd ik gebeld door [slachtoffer 2] . Hij was in café [café] aan [adres 2] . Hij vertelde dat er vijf personen inclusief [verdachte] (
het hof begrijpt: de verdachte [verdachte]) in het café waren. Hij vroeg of ik hem kon ophalen. Hij voelde zich bedreigd door de groep. (…) Eenmaal aangekomen bij het café bleef ik in de auto zitten bij de voordeur van het café. Ik zag dat mijn vrouw naar binnen ging om [slachtoffer 2] te halen. Vervolgens zag ik dat de portier [slachtoffer 2] naar buiten hielp. Ik zag dat [verdachte] met nog iemand in deuropening stond waardoor niemand naar buiten kon. Mijn vrouw was op dat moment binnen in het café. Ik kon niet zien wat er binnen gebeurde. Wel zag ik dat er gedoe ontstond bij de deur. Ik zag dat er geduwd en getrokken werd. Toen stapte ik uit de auto. Ik wilde iedereen zo snel mogelijk in de auto krijgen en weg. Op straat gingen er nog wat personen zich mee bemoeien. Ik raakte in gesprek met de portier. Ik werd door iemand met een witte blouse geduwd. Vervolgens spuugde [verdachte] mij in het gezicht. Ik hoorde dat [verdachte] zei: ‘Ik zal zorgen dat je nergens meer binnenkomt. En dat je zoon nergens meer kan draaien. Ik maak je kapot’. (…) Daarna werd ik door iemand anders geslagen. (…) Het volgende moment weet ik dat ik op de grond lag. Ik hoorde van mijn zoon en vrouw dat er tegen mijn hoofd was geschopt. Er liep bloed uit mijn oor. Ik heb een wond op mijn kin. Een wond op mijn achterhoofd. En een pijnlijke onderrug, elleboog en vinger. Ik ben gevallen op de straat.
3.Een eigen waarneming van het gerechtshof:
Feit 2 primair (openlijke geweldpleging)
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 10 oktober 2022 (dossierpagina’s 61-62), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2] :
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]) en ik hier een conflict mee hebben gehad in het verleden en [verdachte] regelmatig problemen veroorzaakt richting mij en mijn vader. [verdachte] was met meerdere personen aldaar die ik niet ken. (…) Mijn vader is toen gekomen, mijn moeder is mij toen komen halen uit het café. Toen ik naar buiten wilde gaan stond [verdachte] met nog wat personen bij de uitgang. Er ontstond wat gedoe bij de deur. (…) Ik zag dat [verdachte] die in de deuropening stond richting mijn vader spuugde. Op een gegeven moment zag ik dat een persoon mijn vader vol in het gezicht stompte. (…) Ik ben er toen tussen gesprongen en heb deze persoon van mijn vader weg getrokken. Gelijk hierop voelde ik dat ik met kracht twee maal tegen mijn linkerzijde van mijn gezicht werd geslagen. Gelijk hierop werd ik ook nog achterop mijn hoofd geslagen. Door deze klappen/stompen voelde ik op dat moment aan mijn gezicht en achterzijde van mijn hoofd. (…)
2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 oktober 2022 (dossierpagina’s 35-39), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 1] :
het hof begrijpt op 9 oktober 2022) bij het [café] (
gelegen aan [adres 2]) met een vriend aan en ik ging naar binnen.
het hof begrijpt: [verdachte]). Mijn broertje (
het hof begrijpt: [medeverdachte 2]) was al eerder naar het [café] gegaan die avond.
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]) een vuistslag zou hebben gegeven in het gezicht. Kunt u daar verder nog iets over verklaren?
het hof begrijpt: [slachtoffer 2])?
3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 oktober 2022 (dossierpagina’s 50-54), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte 2] :
pagina 53)
het hof begrijpt: het incident op 9 oktober 2022 op [adres 2])?
het hof begrijpt: [slachtoffer 2]) een vlakke hand (…).
het hof begrijpt: [slachtoffer 2]).
4. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 oktober 2022 (dossierpagina’s 104-109), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
het hof begrijpt telkens: café [café]) werd geopend en dat er een blanke man naar buiten kwam. (…) Deze persoon bleek mij achteraf het slachtoffer [slachtoffer 2] te zijn. [slachtoffer 2] was door mij als volgt te omschrijven: een blanke man met kort donkerkleurig haar, gekleed in een shirt met lange mouwen. Ik zag dat op de voorzijde van het grijze shirt een niet verder te omschrijven opdruk stond. [slachtoffer 2] droeg verder een bodywarmer waarvan de voorzijde openstond. Ik zag verder dat hij een broek droeg met pijpen tot met over de knie en witte dan wel lichtkleurige schoenen. Ik zag dat [slachtoffer 2] enkele seconden bij de voordeur stond te praten met een persoon die uiteindelijk op seconde 19 van het filmfragment deels in het deurkozijn van [café] verscheen. Ik zag op seconde 32 van het filmfragment dat dit een blanke vrouw was met kort, donker haar, welke lichtkleurige bovenkleding droeg met daarover een donkerkleurige, lange jas. Ik zag dat de vrouw verder een lange broek droeg en donkerkleurige schoenen. (…) Deze vrouw bleek uit onderzoek de getuige [getuige] te zijn.
Opmerking hof: op de beelden is te zien een Nissan Note) .
5.De eigen waarneming van het hof:
6. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting d.d. 10 september 2024 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep:
ii. Immateriële schade ad € 6.500,00
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van 25 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van 20 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
gevangenisstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
86 (zesentachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;
- [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag 4] 1974),
- [slachtoffer 2] (geboren [geboortedag 5] 2001) en
- [getuige] (geboren [geboortedag 6] 1976);
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis;
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) bestaande uit vergoeding van de immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2022 tot aan de dag der voldoening;
€5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schadeaf;
€ 1.000,00 (duizend euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2022 tot aan de dag der voldoeningen bepaalt dat de verdachte met zijn/haar mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;