Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding bij de rechtbank (zaak-/rolnummer C/02/398397/HA ZA 22-298)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven, producties en een vermeerdering van eis;
- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de akte van [appellant] van 23 januari 2024.
3.De beoordeling
primairte bepalen dat [appellant] de camera aan de voorzijde van de loods van [adres 3] binnen 4 weken na de datum van het vonnis verwijdert en verwijderd houdt, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag voor iedere dag dat [appellant] nalaat hieraan te voldoen, met een maximum van € 10.000,- dan wel
secundairdat deze camera op een dusdanige wijze wordt gericht dat deze geen zicht heeft op het achtererf van [geïntimeerden] en de openbare weg, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag voor iedere dag dat [appellant] nalaat hieraan te voldoen, met een maximum van € 10.000,-;