Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[XXX] Beheer B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[XXX] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[XXX] Foam B.V.gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.[geïntimeerde] ,wonende te [woonplaats] ,
[YYY] Beheer B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/261042 / HA ZA 19-120)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven tevens houdende akte wijziging van eis met producties;
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel met productie;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
- de mondelinge behandeling, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij H12-formulier van 11 juli 2023 door [appellanten] toegezonden productie 119, die bij de mondelinge behandeling in het geding is gebracht.
3.De beoordeling
- het verrichten van werkzaamheden voor Trocellen; het onderhouden van relaties met Trocellen en met andere zakelijke relaties van [appellanten] alsmede het trachten over te halen van deze partijen om hun relatie met [appellanten] te beëindigen; dan wel door handelingen te verrichten waardoor de relatie van [appellanten] met een of meerdere partijen nadelig zou zijn kunnen beïnvloed;
hun contractuele verplichtingen jegens [appellanten] hebben geschonden;
€ 675.000,00 aan verbeurde contractuele boetes wegens overtredingen van het geheimhoudingsbeding, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf veertien dagen na de datum van dit arrest tot aan de dag der algehele voldoening;
primairenige kennis of gegevens met betrekking tot de zaken van [persoon A] alsmede van de daarmee samenwerkende personen, klanten, ondernemingen en/of instellingen, die [geïntimeerden] bekend zijn geworden tijdens of ten gevolge van de uitoefening van de opdracht voor [persoon A] dan wel
subsidiairbedrijfsgeheimen van [appellanten] bevatten, te overhandigen aan [appellanten] en voor zover dergelijke documenten voorwerpen, substanties, materialen of elektronische bestanden niet (geheel) kunnen worden overhandigd of na overhandiging aan [appellanten] nog steeds (digitaal) in bezit zijn van [geïntimeerden] , het niet (geheel) overhandigbare deel - eveneens op eigen kosten - te vernietigen (ex artikel 6 lid 1 sub f Wet Pro bescherming bedrijfsgeheimen (hierna: Wbb));
€ 12.500,- ( [---] )
€ 54.500,- (Trocellen; te weten € 12.500,- + € 42.000,-) +
€ 12.500,00) aan contractueel verbeurde boetes. [appellanten] bestrijden met grieven 3 en 5 t/m 9 in principaal hoger beroep het oordeel van de rechtbank inzake de gestelde schending van het geheimhoudingsbeding, en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Met grieven 1 en 3 van het incidenteel hoger beroep bestrijden [geïntimeerden] het oordeel van de rechtbank dat [geïntimeerde] het geheimhoudingsbeding heeft overtreden en de wijze waarop de boetes zijn berekend. Deze grieven, de gewijzigde eis en wat [appellanten] daaraan ten grondslag hebben gelegd, lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
‘op geen enkele wijze aan wie dan ook enige kennis of gegevens te openbaren met betrekking tot de zaken van opdrachtgever alsmede van de daarmee samenwerkende personen, klanten, ondernemingen en/of instellingen, die hem bekend zijn geworden tijdens of ten gevolge van de uitoefening van de opdracht als bedoeld in de overeenkomst.’Op 11 september 2017 is een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij partijen hun afspraken over en in verband met het beëindigen van de overeenkomst van opdracht per 1 september 2017 hebben vastgelegd. In deze vaststellingsovereenkomst zijn in artikel 4 de Pro post-contractuele verplichtingen opgenomen, waaronder het geheimhoudingsbeding. Daarbij is bepaald dat deze ook na het einde van de overeenkomst van opdracht - en ondanks de in artikel 7.4 opgenomen finale kwijting - onverminderd van kracht zijn. Ook is opgenomen dat [geïntimeerde] gebonden blijft aan de daaraan verbonden boetebepalingen.
4.De uitspraak
ii,zulks met een maximum van € 25.000,-;