Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Het hof stelt vast dat in het vonnis van de rechtbank sprake is van enkele schrijffouten en omissies. Het vonnis waarvan beroep behoeft in zoverre verbetering. De zinnen waarop de verbetering betrekking heeft komen mitsdien te luiden als volgt:
‘ [verdachte] heeft onder andere een liesonderzoek gedaan, waarbij hij tussen de benen in haar vagina kneep.’;
‘Nadat ze zei: “kan dat?”, wilde ze ook zeggen: “kan dat eigenlijk wel?”. Toen deed de verdachte de vinger op haar mond. Ze moest haar mond houden.’
‘Ze zei tegen hem: “wat ga je nou doen?” en toen zei hij: “blijf maar rustig staan”.’
‘Nadat hij haar buik met blote handen had onderzocht, zaten zijn vingers ineens weer in haar pruim.’
‘Op 12 september 2019 heeft de dochter van aangeefster [slachtoffer 3] , [dochter slachtoffer 3] , verklaard dat haar moeder voor van alles door [verdachte] werd onderzocht: pijn aan haar schouder, pijn aan haar vinger, versleten knieën en astma.’
Voor de feitelijke gang van zaken en de omstandigheden waaronder aangeefster [slachtoffer 4] de door de verdachte verrichte seksuele handelingen heeft moeten ondergaan heeft het hof acht geslagen op de bewezenverklaring zoals opgenomen in het ten laste van de verdachte onder parketnummer 03-047661-21 gewezen vonnis van de rechtbank te Maastricht van 18 oktober 2023, waarvan een afschrift in het procesdossier van de onderhavige zaak is gevoegd en welk vonnis door deze strafkamer bij arrest van heden in de zaak met parketnummer 20-002832-23 is bevestigd, met uitzondering van de opgelegde straf, het opgelegde beroepsverbod en de beslissing over de proceskosten.
- Aangeefsters [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] waren patiënt bij de huisartsenpraktijk van de verdachte en betroffen allen (door hun psychische gesteldheid) kwetsbare en op leeftijd zijnde vrouwen. Kennelijk zocht de verdachte zijn slachtoffers in deze specifieke doelgroep;
- De verdachte betastte de borsten van aangeefsters (in de gevallen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] );
- Het ging telkens om een medisch onderzoek dat niet paste bij de klachten die aangeefsters op het betreffende moment hadden (in de gevallen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- Aangeefsters moesten hun handen op een meubel leggen (in de gevallen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] ), waarna hun broek onverhoeds en onvoorzien naar beneden werd getrokken (in de gevallen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] );
- Aangeefsters moesten op aanwijzen van de verdachte op hun rug gaan liggen, waarna de verdachte allereerst aan hun buik voelde (in de gevallen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] );
- Aangeefsters stonden ten tijde van de tenlastegelegde handelingen met hun rug naar de verdachte (in de gevallen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- De verdachte bracht zijn vinger(s) in de vagina van aangeefsters, waarna ronddraaiende en/of op- en neergaande bewegingen in de vagina werden gemaakt (in de gevallen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- De verdachte verrichte genoemde handelingen met de blote hand, zonder het dragen van medische handschoenen zoals is voorgeschreven (in de gevallen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- De verdachte maakte, onderwijl hij de genoemde handelingen verrichtte en nadat aangeefsters vroegen wat hij aan het doen was of hem vroegen te stoppen, opmerkingen of handgebaren die geruststellend waren bedoeld en/of die duidelijk getuigden van een seksuele intentie (in de gevallen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] ).
Door te handelen zoals bewezen is verklaard heeft de verdachte bovenal de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers op ernstige wijze geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijk gedrag langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Dat dergelijke nare gevolgen zich ook daadwerkelijk in deze zaak hebben gemanifesteerd, blijkt onder meer uit de ter terechtzitting in hoger beroep voorgedragen slachtofferverklaringen.
Bij de beoordeling van dit verzoek tot schorsing neemt het hof tot uitgangspunt de ernst van het feit, het gewicht van de aan de orde zijnde bezwaren en de gronden die aan het bevel tot gevangenneming ten grondslag zijn gelegd. Daarbij moet het persoonlijk belang dat de verdachte heeft bij een schorsing worden afgewogen tegen het algemeen belang, dat met de voortzetting van de gevangenneming is gemoeid.
Nu de benadeelde partij reeds in eerste aanleg haar vordering tot schadevergoeding heeft ingesteld, toen een advocate schriftelijk heeft gevolmachtigd om namens haar op te treden in deze strafzaak en die advocate – naar het hof begrijpt – ter terechtzitting in hoger beroep te kennen heeft gegeven dat het de wens van de benadeelde partij, althans van haar erven, is (geweest) om de vordering in hoger beroep in volle omvang te handhaven, alsook indachtig de vertegenwoordigingsbevoegdheidsregels zoals die gelden in civiele procedures (in het bijzonder in erfrecht- en aansprakelijkheidszaken) op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, brengt een redelijke wetsuitleg van artikel 421, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering naar het oordeel van het hof met zich dat onder de gegeven omstandigheden een rechtsgeldig gevolmachtigde – zoals in casu de advocate van de benadeelde partij wijlen [slachtoffer 2] – de vordering namens haar in hoger beroep kan handhaven. Dat betekent dat de vordering tot schadevergoeding in volle omvang aan het oordeel van het hof is onderworpen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren;
van het recht tot uitoefening van het beroep van huisartsof een ander medisch of paramedisch beroep voor de duur van
10 (tien) jaren;