Conclusie
Nummer 24/01111
Inleiding
De zaak in het kort
Het eerste en tweede middel
“Bewijsmiddelen
Bij aangeefsters [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gebeurden bepaalde handelingen ook nog eens onvoorzien en onverhoeds [3] [gecursiveerde zin zoals aangepast door het hof, MvW]. Daarmee heeft de verdachte op de kwetsbaarheid van de aangeefsters ingespeeld, want hij wist dat zij door die kwetsbaarheid hun huisarts niet zomaar zouden tegenspreken. Gelet op hun kwetsbaarheid, de afhankelijkheidsrelatie, het psychische overwicht dat de verdachte had en het vertrouwen dat de aangeefsters voor de tenlastegelegde feiten jarenlang in hem hadden, konden de aangeefsters zich nagenoeg niet aan de situatie onttrekken. Uit dit alles blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake was van een uit omstandigheden voortvloeiend overwicht, dat dwang impliceert. Er is dan ook sprake van andere feitelijkheden die ertoe hebben geleid dat de aangeefsters niet in staat waren zich te weren tegen het handelen van de verdachte.”
Aanvullende bewijsoverweging met betrekking tot de dwang als bedoeld in de bewezenverklaarde verkrachtingen onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair
kunnenbieden is immers iets anders dan psychische druk uitoefenen of anderszins misbruik te maken van een bijzondere relatie waardoor iemand geen weerstand
durftte bieden. Verder acht ik het niet onbegrijpelijk dat het hof uit het gebruik door de verdachte van het woord ‘blijven’ in de zin “Blijf maar rustig staan” heeft afgeleid dat dit is gezegd terwijl de handelingen gaande waren.
Het derde middel
“Steunbewijs
heeft geleerd om daarop op zo 'n moment niet naar te vragen waarom ze zo doet, omdat ze dan dichtslaat’ (p. 346). Hieruit kan worden afgeleid dat [slachtoffer 1] dus wel vaker dit soort emoties toont. Het was dus niet gek dat [slachtoffer 1] zo reageerde. Zij reageerde vaker op deze wijze, dit was niet uitzonderlijk en voor [getuige 2] was dit ook geen enkele aanleiding om hier verder iets bij te denken of verder op te ageren.