Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
inhoudelijkebeoordeling leidt -gelet op het voorgaande- niet tot het oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 2] daarom als onbetrouwbaar dienen te worden bestempeld.
andere omstandigheden. De enkele omstandigheid dat de aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hun aangifte mogelijk hebben gedaan na het zien van mediaberichten over betrokkenheid van verdachte bij een vergelijkbaar geval als dat van henzelf, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om daaruit de gevolgtrekking te maken dat die aangiftes reeds om die reden onbetrouwbaar zijn. Het is immers een bekend fenomeen dat vele slachtoffers van zedenzaken -mede vanwege de secundaire victimisatie- terughoudendheid betrachten bij het doen van een aangifte. Een mediabericht over iets soortgelijks als wat zij hebben meegemaakt, kan juist aan die slachtoffers een beslissende zet geven om hun verhaal bij de politie te doen. Om van een onbetrouwbare verklaring te kunnen spreken is meer nodig dan de enkele vaststelling dat alvorens aangifte te doen de aangeefsters een mediabericht over de verdachte hebben gezien. Van deze aanvullende omstandigheden is de rechtbank noch uit het dossier noch uit het verhandelde ter terechtzitting gebleken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt de verdachte vrijvan het onder 4 tenlastegelegde;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
ontzet verdachte uit het recht tot de uitoefening van het beroep als huisarts, dan wel een soortgelijke functie binnen de gezondheidszorg,
voor de duur van 5 jaren;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van
€ 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot
- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
[slachtoffer 3]
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , van een bedrag van
€ 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot
- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.