Belanghebbende, een buitenlands belastingplichtige, diende een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2013 in, waarin hij verrekening van ingehouden dividendbelasting wilde bewerkstelligen. Dit verzoek werd echter buiten de wettelijke termijn van vijf jaar ingediend en door de inspecteur afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank, die het verzoek eveneens ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof.
Het hof bevestigde dat de inspecteur terecht het verzoek heeft afgewezen omdat het te laat was ingediend en belanghebbende geen feiten of omstandigheden aannemelijk had gemaakt die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Tevens oordeelde het hof dat de inspecteur niet verplicht was om uit eigen beweging de aanslag te verminderen, mede omdat het dividend niet was begrepen in het verzamelinkomen, waardoor verrekening van dividendbelasting niet mogelijk was.
Belanghebbendes beroep op het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel werd verworpen. Het hof benadrukte dat de wettelijke termijn van vijf jaar, gerekend vanaf het einde van het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft, niet onredelijk kort was en dat het handhaven van deze termijn niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.