Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- t.a.v. parketnummer 01-993293-21 feit 1: ‘medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’;
- t.a.v. parketnummer 01-993293-21 feit 2: ‘medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet voor te bereiden een ander tracht te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen dat feit tracht te verschaffen en voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd’;
- t.a.v. parketnummer 01-993370-21: ‘medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 aanhef Pro en onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’,
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 7 juni 2021 te Eindhoven en/of Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde amfetamine en/of metamfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 7 juni 2021 te Eindhoven en/of Heerlen en/of Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet (te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van één of meer hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine, zijnde (een) middel(len) als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of één of meer hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende(een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I), voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens)
hij in de periode van 31 januari 2021 tot en met 7 juni 2021 in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt en verkocht en afgeleverd en vervoerd en vervaardigd grote hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij in de periode van 31 januari 2021 tot en met 7 juni 2021 te Eindhoven en/of Heerlen en/of Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet (te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van één of meer hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende MDMA en/of amfetamine, zijnde (een) middel(len) als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of één of meer hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende(een) (ander(e)) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I), voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens)
interceptieals de
verwerkingvan de ANØM-data heeft plaatsgevonden in strijd met het Europees en het Nederlands recht.
interceptievan de ANØM-data plaatsvond in Litouwen, een lidstaat van de Europese Unie. Dit betekent dat de Litouwse autoriteiten op grond van artikel 31, eerste lid, van Richtlijn 2014/41/EU van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (hierna: EOB-richtlijn) de Nederlandse autoriteiten in kennis hadden moeten stellen van de interceptie van ANØM-data betreffende Nederlandse gebruikers. Nu dit is nagelaten, is in strijd met artikel 31 van Pro de EOB-richtlijn gehandeld. Daar komt bij dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) in zijn arrest van 30 april 2024 [2] heeft overwogen dat “artikel 31 van Pro richtlijn 2014/41 […] niet alleen [beoogt] te waarborgen dat de soevereiniteit van de in kennis gestelde lidstaat wordt geëerbiedigd, maar ook dat het in die lidstaat gewaarborgde beschermingsniveau met betrekking tot de interceptie van telecommunicatie niet in gevaar wordt gebracht” en dat “dit doel […] zich uit[strekt] tot het gebruik van de gegevens ten behoeve van strafvervolging in de in kennis gestelde lidstaat.” Dit betekent dat, teneinde het door het HvJ EU beoogde niveau van rechtsbescherming te garanderen, (de rechtmatigheid van) de interceptie van ANØM-data betreffende Nederlandse gebruikers, onder wie de verdachte, had moeten worden beoordeeld naar Nederlands recht door een Nederlandse rechter(-commissaris). Een dergelijke beoordeling zou hebben opgeleverd dat het Nederlandse (straf)recht geen wettelijke grondslag kent voor het op grote schaal intercepteren van telecommunicatie, metadata en GPS-gegevens ten aanzien van niet-geïdentificeerde personen jegens wie, voorafgaand aan de interceptie, geen verdenking van schuld aan enig strafbaar feit bestaat, oftewel voor de wijze van interceptie als toegepast door Litouwse opsporingsambtenaren ten aanzien van de gebruikers van ANØM. Voorts geldt, aldus de raadslieden, dat voor een dergelijke interceptie ook geen rechtmatige basis kan bestaan, omdat deze zonder meer in strijd zou zijn met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. Gelet op het voorgaande, heeft de interceptie van ANØM-data in Litouwen zowel in strijd met het Europees als het Nederlands recht plaatsgevonden. Weliswaar heeft/hebben (een) Litouwse rechter(s) machtigingen afgegeven voor het driemaal per week maken van een kopie of ‘image’ van de ANØM-server. Echter, deze machtiging(en) is/zijn op basis van onjuiste informatie verstrekt. Daarmee is het systeem van rechtsbescherming tot in haar fundament aangetast, aldus de raadslieden. Ook om de hiervoor genoemde redenen dient de ANØM-data in de onderhavige zaak van het bewijs te worden uitgesloten.
verwerkingvan de ANØM-data van gebruikers in Nederland geldt dat het Nederlandse (straf)recht daarvoor evenmin een wettelijke grondslag biedt. Aan de vereisten van artikel 10 van Pro de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) in samenhang met artikel 3 Wpg Pro is in elk geval niet voldaan. Bovendien was bij (aanvang van) de verwerking van de ANØM-data sprake van een zogenoemde ‘fishing expedition’. Om die reden heeft de verwerking van de data eveneens in strijd met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel plaatsgehad. Tot slot is voor de verwerking van de data betreffende Nederlandse gebruikers van ANØM geen rechterlijke machtiging afgegeven, hetgeen op grond van het arrest van het HvJ EU van 4 oktober 2024 (
Landeck) [3] wel is vereist. Gelet op het voorgaande, is ook de verwerking van de ANØM-data in de onderhavige zaak onrechtmatig gebeurd, zodat deze data ook om die reden van het bewijs dienen te worden uitgesloten, aldus de raadslieden.
De werking en kenmerken van ANØM
De verkrijging van de ANØM-data
De feiten en omstandigheden
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel
De verwerking en analyse van de data betreffende ANØM-gebruikers in Nederland
Vormverzuim en gevolgen vormverzuim
Beslissingen op de onderzoekswensen van de verdediging
Overwegingen ten aanzien van het bewezenverklaarde
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren en 9 (negen) maanden.