Uitspraak
Gerrit de Graaf, geboren 3 December 1919 te
Numansdorp, van beroep agent van politie, wonende te
‘s-Gravenhage, requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te
‘s-Gravenhagevan den tienden Juni 1949, houdende bevestiging in hoger beroep, met overneming en verbetering van gronden, van een vonnis door de Arrondissements-Rechtbank te
‘s-Gravenhageop 10 Maart 1949 gewezen, waarbij requirant ter zake van: ''het aan zijn schuld de dood van een ander te wijten hebben, gepleegd in de uitoefening van enig ambt of beroep", met aanhaling van de artikelen 18, 307 en 309 Wetboek van Strafrecht, is veroordeeld tot zes maanden hechtenis;
van der Meulen;
Langemeijer, namens den Procureur-Generaal, in zijn conclusie, strekkende tot verwerping van het ingestelde beroep;
onmiddellijkgevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging als bedoeld in artikel 41 van Pro het Wetboek van Strafrecht en derhalve niet van noodweer-exces sprake kan zijn";