Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 januari 2023 (dossierpagina’s 44-55), voor zover als inhoudende de verklaring van de verdachte:
het hof begrijpt: [slachtoffer 1]) daar stond en op zijn telefoon bezig was. Ik passeerde hier [slachtoffer 1] , we keken elkaar aan en toen zag ik dat dit [slachtoffer 1] was. (…) Ik zag dat [slachtoffer 1] al die tijd achter mij liep. (…) Ik ben toen verder gelopen in de richting van de bakker (
het hof begrijpt: de op de beelden zichtbare bakkerij [bedrijf] te Bladel). Toen ik omkeek, zag ik dat [slachtoffer 1] nog steeds achter mij liep. Een stukje voor de bakker hoorde ik dat [slachtoffer 1] mij riep. Ik hoorde dat hij “ [verdachte] ” riep. Ik zei toen “Jo”. Ik ben toen blijven staan en ik keek hem aan. (…) We stopten toen voor de bakker. (…) Ik heb toen vervolgens mijn mes getrokken. Ik had dit mes in mijn broeksband zitten. (…) Ik heb [slachtoffer 1] toen volgens mij twee keer gestoken. (…) Ik ben toen weggerend verder de straat in. Ik ben toen rechts de hoek om gegaan en direct links een straat in. Vervolgens direct weer rechts. Ik ben toen overgestoken naar de linkerzijde van de weg. Hier staan drie flatgebouwen. Hiervoor staan bosjes, in een van de bosjes bij de derde flat heb ik het mes weg gegooid.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 januari 2023 (dossierpagina’s 56-60), voor zover als inhoudende de verklaring van de verdachte:
het hof begrijpt: lemmet) van het mes?
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 januari 2023 (dossierpagina’s 139-141), voor zover als inhoudende het relaas van [verbalisant 2] :
Een kennisgeving van inbeslagname (dossierpagina’s 322-324), voor zover als inhoudende:
Inbeslagneming
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 januari 2023 (dossierpagina’s 126-138), voor zover als inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 2] :
Aanleiding onderzoek
Camerabeelden [bedrijf]
Een rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut betreffende het forensisch-pathologische onderzoek naar aanleiding van een mogelijke niet-natuurlijke aard van overlijden d.d. 13 april 2023, zaaknummer 2022.12.31.001, aanvraagnummer 002, sectienummer 2023-003, voor zover als inhoudende het relaas van arts en forensisch patholoog, drs. B.G.H. Latten:
Een proces-verbaal van forensisch onderzoek d.d. 2 januari 2023 (dossierpagina’s 302-307), voor zover als inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
Aanleiding onderzoek
Sporendrager
NJ1955/55). Met betrekking tot de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans heeft te gelden dat de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang zijn. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het betreffende gevolg bewust heeft aanvaard (vgl. HR 25 maart 2003, ECLI:HR:2003:AE9049, HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718, HR 23 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1747 alsmede HR 12 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:982).
NJ1965/262). De enkele vrees voor een dergelijke aanranding is voor een geslaagd beroep op een dreigende noodweersituatie onvoldoende (vgl. HR 8 februari 1932,
NJ1932). De realiteit van de dreiging van een aanranding dient (min of meer) objectiveerbaar te zijn (vgl. onder meer HR 18 september 1989,
NJ1990/291). Niettemin geldt dat de gestelde aanranding in redelijkheid beschouwd zodanig bedreigend moet zijn voor de verdachte dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van artikel 41 van Pro het Wetboek van Strafrecht (vgl. HR 18 september 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC8183,
NJ1990/291).
NJ1990/193).
NJ2010/301 en HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7944,
NJ2012/380).
NJ2010/391). De in dat verband – tot terughoudendheid nopende – maatstaf luidt of de gedraging als verdedigingsmiddel niet in onredelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. De keuze van het verdedigingsmiddel en de wijze waarop het is gebruikt, staan bij de beoordeling van de proportionaliteit centraal (vgl. HR 8 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5982,
NJ2008/233).
doodslag.
NJ1993/691).
NJ2006/343), maar aan het gevolgvereiste is niet voldaan indien de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer (vgl. HR 31 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH0180,
NJ2009/177). Bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is van het "onmiddellijk gevolg", kan betekenis toekomen aan de mate waarin de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden alsmede aan de aard en de intensiteit van de hevige gemoedsbeweging (vgl. HR 8 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4459,
NJ2008/312). Voorts kan het tijdsverloop tussen de aanranding en de verdedigingshandeling van belang zijn (vgl. HR 22 november 1949,
NJ1950/179).
NJ1986/703) welke bovendien niet is afgelegd tegen een autoriteit als bedoeld in voormelde bepaling (vgl. HR 7 mei 1996,
DD96.314).
Het duikersmes
BESLISSING
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
ontslaatde verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging;
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven messen;