Uitspraak
Transportmaatschappij Traffic N.V., gevestigd te Rotterdam, verweerster in cassatie, vertegenwoordigd door Mr. J. Kist, mede advocaat bij de Hoge Raad;
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of het voorrecht van de verkoper van drie kisten slotdelen op de goederen kon worden uitgeoefend tegen de banken die op grond van een oudere akte van zekerheidseigendom aanspraak maakten op dezelfde goederen. Pluvier had in 1954 aan drie banken een akte van zekerheidseigendom geleverd, waarbij alle toekomstige voorraden en grondstoffen aan de banken werden overgedragen met een constitutum possessorium. In 1964 leverde Traffic de drie kisten slotdelen aan Pluvier onder rembours, waarbij de koopprijs niet direct werd voldaan. Traffic vorderde vervolgens betaling en voorrang op de opbrengst van de goederen op grond van het verkopersvoorrecht.
De curator van Pluvier betwistte dit voorrecht, stellende dat de goederen reeds eigendom waren van de banken en dat Pluvier de goederen slechts voor de banken hield. De Rechtbank en het Gerechtshof bevestigden het voorrecht van Traffic, waarbij het Hof oordeelde dat de bezitsverschaffing aan de banken niet kon worden erkend tegenover Traffic omdat deze bezitsverschaffing niet uiterlijk bleek en de belangen van derden (Traffic) direct waren betrokken.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat de overdracht van eigendom tot zekerheid niet alle rechtsgevolgen van een gewone eigendomsoverdracht heeft en dat het verkopersvoorrecht in dit geval voorrang geniet boven het zekerheidsrecht van de banken. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de curator en veroordeelde hem in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen; het verkopersvoorrecht van Traffic prevaleert boven het zekerheidsrecht van de banken.