ECLI:NL:HR:1979:AB7302
Hoge Raad
- Cassatie
- Dubbink
- Minkenhof
- Drion
- Haardt
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens waardevermindering door oplegging gedoogplicht hoogspanningslijn
Eiser vordert schadevergoeding wegens waardevermindering van zijn perceel door de aanleg en instandhouding van een 110 kV hoogspanningslijn die hij gedogen moet op grond van een ministerieel besluit. De Kantonrechter en de Rechtbank wijzen de vordering af omdat volgens hen de schade pas concreet is wanneer de waardevermindering blijkt uit verkoop of een vergelijkbare situatie.
De Hoge Raad stelt dat de Belemmeringenwet Privaatrecht een recht op volledige schadevergoeding biedt voor waardevermindering door een werk dat gedoogd moet worden. Het is niet vereist dat de waardevermindering concreet is gebleken, bijvoorbeeld door verkoop. Wel kan de rechter de beslissing over vergoeding uitstellen als de omvang van de schade nog onzeker is door toekomstige omstandigheden.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling, waarbij de volledige vergoeding van waardevermindering als uitgangspunt geldt. IJsselcentrale wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieberoep.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het recht op schadevergoeding onder de Belemmeringenwet Privaatrecht en bevestigt dat waardevermindering op zichzelf schade oplevert die vergoed moet worden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof met het uitgangspunt dat waardevermindering recht geeft op volledige schadevergoeding.