ECLI:NL:GHAMS:2019:582
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieplicht Nederlandse sociale verzekeringswetgeving ondanks betwisting A1-verklaring
Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip binnen de EU en voerde bezwaar aan tegen de premieplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen. De SVB had een A1-verklaring afgegeven die aangaf dat de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving van toepassing was.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en kende een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de inspecteur en rechter gebonden zijn aan de A1-verklaring, ook als deze nog niet onherroepelijk is en ondanks betwisting.
Het Hof overweegt dat de oorspronkelijke A1-verklaring rechtskracht behield totdat deze werd ingetrokken en dat de nieuwe verklaring, die ook het jaar 2013 bestrijkt, de premieplicht bevestigt. De inhoudelijke toets of belanghebbende substantieel in Nederland werkte is niet aan de orde.
Verder wijst het Hof het verzoek tot schadevergoeding op andere gronden af omdat het beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen kosten aan het hoger beroep verbonden.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de premieplicht voor de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving wordt bevestigd.