Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep gegrond;
- vermindert de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 37.150 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.759;
- vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ten bedrage van € 992, en
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 45 te vergoeden.”
2.Feiten
3 479,43
Hof:Wet langdurige zorg]-beschikking hebben wij op 16 juli 2013 afgegeven. Er is weinig (vrijwel niet) onderzoek gedaan en toch is helaas deze beschikking afgegeven. (…) In het besluit van 24 juni 2014 hebben wij verwezen naar bovengenoemde Wlz-beschikking en deze ingetrokken. Het nieuwe besluit van 24 juni 2014 vervangt het besluit van 16 juli 2013. In het nieuwe besluit hebben wij vastgesteld dat [belanghebbende] vanaf datum indiensttreding bij [C] Ltd. (1 januari 2013) verzekerd is voor de volksverzekeringen in Nederland. Dit betekent dat de intrekking ziet op de periode van 1-11-2006 t/m 31-12-2012.”
Hof:voor wat betreft de berekening van de te verlenen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting] in tegenstelling tot de rechtbank (…) uit van een andere berekening. Belanghebbende werkt 14 dagen en is dan 14 dagen vrij. Zo werk het op de vaart; ‘14 dagen op, 14 dagen af’. De Belastingdienst onderkent niet dat belanghebbende 14 dagen vrij heeft. Die ’14 dagen af’ dien je toe te rekenen aan de werkzaamheden van belanghebbende op [naam schip 1] . Deze 14 dagen tellen dan ook mee in de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
maßgebend”). De term ‘maßgebend’ dient volgens de inspecteur te worden vertaald als ‘doorslaggevend’; de Nederlandse tekst op dit punt (‘maatgevend’) betreft volgens de inspecteur een onjuiste vertaling van de Duitse term ‘maßgebend’. Aangezien [persoon 1] op de Rijnvaartverklaring is vermeld als de exploitant van het schip en niet in geschil is dat de zetel van diens onderneming zich in Nederland bevindt, staat daarmee (onweerlegbaar) vast dat Nederland exclusief heffingsbevoegd is, zo stelt de inspecteur.
font foi en vue dela détermination de l’entreprise”; ‘font foi en vue de’ wijst in de richting van ‘strekken tot bewijs’), die op een minder sterke vorm van bewijs lijkt te wijzen, biedt bij de uitleg van de Nederlandse taalversie evenwel onvoldoende houvast.
ofde term ‘maatgevend’ in artikel 1, onderdeel c (slot), van de Overeenkomst ruimte laat voor tegenbewijs ten opzichte van hetgeen in de Rijnvaartverklaring is vermeld, verder in het midden kan blijven.
Kamerstukken II2001/02, 28 259, nr. 3, blz. 42):
5.Proceskosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens de beslissingen inzake de proceskosten en het griffierecht;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 38.653, een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.759 en een premie-inkomen van € 32.546, met een in aanmerking te nemen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting van € 309; en
- vermindert de in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig.