Uitspraak
nieteen van hun "hoofdverplichtingen" betrof. Daaruit kan overigens evenmin worden afgeleid dat het Hof zou hebben geoordeeld dat de onderwerpelijke verplichting naar haar aard niet voldeed "aan de vereisten voor een vordering tot ontbinding op grond van verzuim ten aanzien van deze verplichting"; voor zover het onderdeel ervan uitgaat dat dit laatste wèl uit 's Hofs uitspraak kan worden afgeleid, mist het dus eveneens feitelijke grondslag.
11 juni 1982.