Uitspraak
[plaats], mede kantoorhoudende te [plaats] en [betrokkene 1] , registeraccountant, deel uitmakend van voornoemde maatschap, wonende te
[woonplaats].
[woonplaats].
25 oktober 1983.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of registeraccountants zich kunnen verschonen van het geven van getuigenis in een strafproces, specifiek in het kader van beslaglegging op controledossiers wegens verdenking van onregelmatigheden met invoerheffingen. De rechtbank had het beklag tegen het beslag ongegrond verklaard, waarna de klagers cassatie instelden bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat de Wet op de Registeraccountants geen verschoningsrecht voor getuigenis kent. Hoewel registeraccountants een geheimhoudingsplicht hebben volgens hun beroepsregels, zijn zij primair controlerend en niet te vergelijken met hulpverleners die een verschoningsrecht hebben om het vertrouwen van hun cliënten te waarborgen. De belangen van diverse belanghebbenden bij een goede controlefunctie wegen niet zwaarder dan het belang van waarheidsvinding in het strafproces.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank terecht het beroep op verschoningsrecht had verworpen en dat de inbeslagneming van de bescheiden niet in strijd was met art. 98 Sv Pro. De cassatieberoepen werden verworpen en de beschikking van de rechtbank bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep op verschoningsrecht voor registeraccountants en verklaarde het beklag tegen beslag op controledossiers ongegrond.