Uitspraak
[woonplaats].
Het arrest is derhalve onbegrijpelijk, althans ondeugdelijk gemotiveerd, hetgeen nietigheid tot gevolg heeft.
Dit middel voert ten betoge van de stelling dat de bewezenverklaring van ieder der al dan niet cumulatief telastegelegde feiten dient te voldoen aan de minimumeisen die de in het Wetboek van Strafvordering verankerde bewijsregeling stelt. Zo staat artikel 342 lid 2 Sv Pro de rechter niet toe de bewezenverklaring van het strafbare feit – zulks geldt voor ieder der telastegelegde feiten – te doen steunen op één getuigenverklaring.
Het proces-verbaal, nr. CER/BVM: 2800/84, d.d. 3 april 1984, op ambtsbelofte door [verbalisant 3] , hoofdagent van gemeentepolitie te Amsterdam. Als verklaring die is afgelegd tegenover voornoemde verbalisant door [betrokkene 1] houdt dit proces-verbaal – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:
24 november 1987.