ECLI:NL:HR:2004:AO8318
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.L.M. Urlings
- G.J.M. Corstens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens ontvankelijkheid OM ondanks eerdere dagvaarding
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij werd veroordeeld voor overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het hof had het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaard in de vervolging, ondanks dat er een eerdere dagvaarding bestond voor een eerdere terechtzitting die niet formeel was ingetrokken.
De Hoge Raad heeft in zijn beoordeling vastgesteld dat uit de stukken niet blijkt dat de eerste dagvaarding tot een zitting heeft geleid of dat het hof daarop een beslissing heeft genomen. De Advocaat-Generaal bij het hof heeft vervolgens een nieuwe dagvaarding en oproeping betekend, wat impliceert dat de eerste dagvaarding vóór de latere terechtzitting is ingetrokken.
Hierdoor mist het middel van verdachte feitelijke grondslag en kan het niet tot cassatie leiden. Ook het tweede middel faalt en behoeft geen nadere motivering. De Hoge Raad oordeelt dat er geen reden is om het arrest ambtshalve te vernietigen en verwerpt het beroep.
De uitspraak bevestigt dat het niet formeel intrekken van een dagvaarding niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, mits blijkt dat de dagvaarding feitelijk is ingetrokken voor de latere terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.